Vlarema 6: wat verandert er voor de bouwsector ?

De zesde versie van Vlarema – het “Vlaams reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen” wordt van kracht op 5 maart 2018.

Deze versie brengt enkele belangrijke veranderingen mee voor het omgaan met afval en materialen uit de bouwsector.

Deze veranderingen zullen samen met het Eenheidsreglement (laatste wijziging MB van 24 augustus 2017) het afvalbeheer in de bouw wijzigen.

de sloopketen: een betere opvolging

Een keten van opeenvolgende acties en instrumenten kan ervoor zorgen dat afvalstoffen uit een sloop beter zullen worden gescheiden en dat de afvoer en verwerking ervan beter kan worden opgevolgd.

Het gaat over:

Bouw- en sloopafval is qua volume de belangrijkste afvalstroom in Vlaanderen. De materiaalimpact is groot.
Selectief slopen en een betere opvolging van de hele sloopketen moet zuiverder puin opleveren. Gerecycleerde granulaten gemaakt uit dergelijk puin zullen minder restverontreinigingen bevatten. Het vertrouwen in de kwaliteit ervan zal toenemen.

De sloopopvolging zal grotendeels op vrijwillige basis gebeuren. De gemaakte keuzes kunnen wel financiële gevolgen hebben.

opvolging sloopafval:processen en betrokkenenDe figuur geeft een overzicht van processen en betrokkenen bij de sloopopvolging, van bron tot verwerking. Gelijke kleuren duiden op een samenhang: zo kan een deskundige een sloopinventaris, een sloopopvolgingsplan en een controleverslag opstellen (allen blauwe kleur).

Hieronder kijgt u een overzicht van de verschillende opeenvolgende stappen in de sloopketen.

het sloopopvolgingsplan

Wanneer men een sloop plant is er bij sommige werken een sloopopvolgingsplan vereist.

De aanvrager van een omgevingsvergunning voegt dit plan bij zijn aanvraag en bij aanbestedingsdocumenten.

Het sloopopvolgingsplan bevat een oplijsting van de gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen die zullen ontstaan bij sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken. Het plan kan ook een advies bevatten over de hergebruiks- en de verwerkingsmogelijkheden van de afvalstoffen.

Het plan vervangt de vroegere sloopinventaris.

Een sloopopvolgingsplan is vanaf 5 juni 2018 vereist bij het slopen, ontmantelen of renoveren van:

  • niet-residentiële gebouwen met een volume groter dan 1 000 m³

  • (in hoofdzaak) residentiële gebouwen met een volume groter dan 5 000 m³

Het plan is ook nodig bij bij het slopen, ontmantelen, renoveren of onderhouden van:

  • infrastructuur met een volume groter dan 250 m³, mits voor deze werken ook een omgevingsvergunning voor stedebouwkundige handelingen nodig is.

Residentiële gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie.

Het volume dat men bekijkt is het totale volume van alle gebouwen die in de aanvraag voor een bouwvergunning (de juiste benaming is nu een aanvraag voor een “omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen “) opgenomen zijn.
Ook voor kleinere werken is soms dus toch een sloopopvolgingsplan vereist: het volume van de gebouwen op het plan telt, niet dat van de eigenlijke werken.

Enkele voorbeelden:

  • een sloopopvolgingsplan is verplicht voor het slopen van een appartementsgebouw van 6 000 m³, maar niet van een ééngezinswoning
  • een sloopopvolgingsplan is verplicht wanneer een brug gesloopt wordt met een planmatig volume van 300 m³

de vrijwillige sloopopvolging

De opdrachtgever van een sloop kan kiezen voor een verdere sloopopvolging door een erkende sloopbeheerorganisatie.

Tot nu is er maar één sloopbeheersorganisatie erkend: Tracimat vzw.

Ook andere organisaties kunnen een aanvraag indienen om als sloopbeheerorganisatie erkend te worden. De voorwaarden zijn vermeld in het Vlarema.

 

 

De vrijwillige sloopopvolging is niet verplicht maar kiezen voor dit traceerbaarheidssysteem kan voordelen bieden:

de verwerkingskost van de afvalstoffen kan dalen (via het onderscheid tussen puin met een laagmilieurisco- of met een hoogmilieurisico-profiel: zie verder in deze tekst).

Het risico op onverwachte meerkosten zal beperkt worden. Er is ook meer juridische zekerheid bij eventuele betwistingen. De sloopbeheersorganisatie zal de nodige documenten afleveren en ondersteuning bieden, bij voorkeur via een digitaal platform.

Om in dit systeem in te stappen moet het sloopopvolgingsplan eerst conform verklaard zijn door een sloopbeheerorganisatie. Bij Tracimat gebeurt dit door een bij hen aangesloten deskundige.

De conformiteitsverklaring geeft volgens Tracimat een grotere garantie op een betrouwbaar en uitvoerbaar sloopopvolgingsplan dat toelaat dat de sloop kostenefficiënt wordt aangepakt.

Het (conform verklaarde) sloopopvolgingsplan moet bij de bouwaanvraag gevoegd worden, dus voordat de werken aan een sloper worden toegewezen.

Indien de sloop of renovatie geen infrastructuurwerk betreft zal de sloopbeheerorganisatie een deskundige nog een controlebezoek ter plaatse laten uitvoeren. Bij Tracimat gebeurt dit na verwijdering van de gevaarlijke afvalstoffen.

De sloopbeheerorganisatie keurt het controleverslag van de deskundige goed.

de verwerkingstoelating

Bij een vrijwillige sloopopvolging vraagt de aannemer vervolgens bij de sloopbeheerorganisatie een verwerkingstoelating aan voor het uit de sloop vrijgekomen steenachtige puin.

De toelating wordt aangevraagd voordat het puin afgevoerd en verwerkt wordt.

De toelating bevestigt dat het puin selectief werd ingezameld (en dus dat gevaarlijke en storende afvalstoffen uit de gebouwen of de infrastructuur werden verwijderd voor de eigenlijke sloop begonnen was).

Tracimat verleent enkel verwerkingstoelatingen voor specifieke bestemmingen: Indien de aannemer het puin naar meerdere brekers wenst af te voeren is per bestemmeling een verwerkingstoelating nodig.

Er komen standaardprocedures voor de wijze waarop een sloopopvolgingsplan moet opgesteld worden en voor de voorwaarden waaraan een traceerbaarheidssysteem (= de vrijwillige sloopopvolging) moet voldoen.

steenachtig puin: een hoog of een laag milieurisico-profiel

Met de verwerkingstoelating op zak kan het steenachtige puin van een sloop als puin met een laagmilieurisico-profiel (LMRP-puin) naar een vergunde puinbreker worden afgevoerd.

Dergelijk puin onderscheidt zich van puin met een hoogmilieurisico-profiel (HMRP-puin) door een gekende herkomst en tracering. Dit kan leiden tot een gemiddeld betere kwaliteit van het inkomend LMRP-puin.

 

 

De brekers zullen vanaf 24 augustus 2018 (dit is 1 jaar na de erkenning van de sloopbeheerorganisatie Tracimat) het binnenkomende steenpuin verplicht als LMRP-puin of HMRP-puin aanvaarden.

HMRP-puin zal afzonderlijk verwerkt worden en er zal meer controle zijn op de uitkeuring van gerecycleerde puingranulaten afkomstig van HMRP-puin.

Enkel in een een specifiek aantal situaties kan puin als LMRP-puin door een breker aanvaard worden.

Het puin moet ofwel:

  • puin zijn waarvoor, zoals hierboven vermeld, een erkende sloopbeheerorganisatie een verwerkingstoelating heeft verleend;

  • afkomstig zijn van een vergunde sorteerinrichting met een kwaliteitsborgingsysteem;

  • afgezeefd puin zijn van gronden die voldoen aan Vlarebo (“Vlaams Reglement Bodemsanering en –bescherming”);

  • fysicochemisch gereinigd puin zijn dat voldoet aan de Vlarema voorwaarden voor het gebruik als een bouwstof;

  • puinafval zijn van productieprocessen zoals restpuin van natuursteenbewerking

Omdat een puinbreker verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van zijn eindproducten kan hij steeds weigeren om een partij puin als LMRP-puin in te nemen, bijvoorbeeld omdat hij oordeelt dat een partij puin toch nog te vervuild is.

De verwerking van LMRP-puin zal goedkoper zal zijn dan deze van HMRP-puin.

De overheid hoopt dat een voldoende prijsverschil de hele sector zal aanzetten tot een meer doorgedreven selectieve sloop en dus tot een meer gescheiden verwerking van de verschillende fracties uit het bouw- en sloopafval. Bedoeling is uiteindelijk om de kwaliteit van gerecycleerde granulaten te verhogen.

Opdrachtgevers van sloopwerken kunnen baat hebben bij een keuze voor vrijwillige sloopopvolging: de totale sloopkosten en/of de risico's op onverwachte meerkosten kunnen beperkt worden.

Belangrijk is dat een sloopopvolgingsplan soms verplicht is maar dat de keuze voor sloopopvolging zelf niet verplicht is.
De
marktwerking moet dit laatste goedkoper maken dan een niet-opgevolgde sloop.

kwaliteitsborgingsysteem voor puin van sorteerinrichtingen

Uitgesorteerd puin van een sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval kan volgens het Vlarema enkel naar een beker worden afgevoerd voor hergebruik indien de sorteerinrichting een kwaliteitsborgingsysteem heeft.

Het kwaliteitsborgingsysteem (kbs) wordt beschreven in het Eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten.

De fijne fractie van het puin (0/20mm) moet voor hergebruik als sorteerzeefzand gecertificeerd worden via het Eenheidsreglement. Deze cerificering garandeert een zekere kwaliteit van het zand. De certificering kan gebeuren bij de sorteerinrichting of bij de breker zelf.

kers op de taart: het sloopattest voor puin

Na het doorlopen van de hele keten tot aan de verwerking bij een puinbreker, kan de sloopbeheerorganisatie een sloopattest voor het puin verlenen.

Het attest garandeert dat er een verwerkingstoelating is afgeleverd en dat het puin verwerkt is in een inrichting voor het produceren van gerecycleerde granulaten die werkt volgens het Eenheidsreglement.
Er kan dus enkel een sloopattest worden afgeleverd voor LMRP-puin.

Tracimat verleent het attest aan de sloper, een kopie gaat naar de opdrachtgever.

Omdat een puinbreker verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van zijn eindproducten kan hij weigeren om puin als LMRP-puin in te nemen, bijvoorbeeld omdat hij oordeelt dat dit puin toch nog te vervuild is.