COCOON

Cocoon boomCocoon logo met vlag

Beleid oude stortplaatsen- conceptnota duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen


In 2015 keurde de Vlaamse Regering, op voorstel van toenmalig minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege, de OVAM-conceptnota over het duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen goed. Het ging om een vernieuwend concept, ook bekend als Enhanced Landfill Management of ELFM, dat in 2018 verder evolueerde tot Dynamic Landfill Management (DLM). Kern van de zaak is een langetermijnbeheer van voormalige stortplaatsen. Optimale en duurzame integratie van stortplaatsen in de leefomgeving zijn de krachtlijnen van de nieuwe aanpak.

‘Dynamische voorraden’


De OVAM wil stortplaatsen niet langer zien als louter statische constructies die voor de eeuwigheid zijn ontworpen. Ze worden beschouwd als dynamische voorraden van materiaal, energie en ruimte die vroeg of laat een meerwaarde opleveren voor de leefomgeving en de lokale economie. Die benadering is nu ook opgepikt door de Europese Unie en een aantal instellingen met dezelfde opinie. Het leidde tot de goedkeuring van het Interreg Europe-project COCOON, het eerste onderzoek naar de mogelijkheden van DLM dat door de EU wordt gefinancierd.

Om de nieuwe benadering van stortplaatsen te bevorderen, is er nood aan nieuwe specifieke beleidsinstrumenten. Daar ligt dan ook de focus van de partners van COCOON. Naast de OVAM telt het Consortium for a Coherent European Landfill Management Strategy zeven andere Europese organisaties: Cleantech Flanders (Vlaanderen, projectleider), Department of Environment of the Ministry of Agriculture, Rural Development and Environment (Cyprus), Rijkswaterstaat (Nederland), State Office of Environment (Brandenburg), Environment and Resources Authority (Malta), WasteServ Malta Ltd (Malta) en Saneamientos de Cordoba (Spanje).

Beleidsinstrument als hefboom


Op 7 en 8 februari 2017 vond bij de OVAM de startvergadering plaats van COCOON. Concreet is in het project opgenomen: beleidsinstrumenten ontwikkelen waarbij het beheer, de valorisatie en de integratie van stortplaatsen in de circulaire economie de centrale doelstellingen zijn. Elke partner heeft een bestaand beleidsinstrument aangegeven dat als hefboom kan dienen om de nieuwe aanpak te introduceren. Voor Vlaanderen is dat het bodemdecreet, in Nederland de wet op de milieubescherming, en in Andalusië, Brandenburg, Cyprus en Malta zijn het hoofzakelijk financiële beleidsinstrumenten.

De volgende stap is om per regio een actieplan op te stellen om het beheer van stortplaatsen te bevorderen. Daarnaast moeten de partners een stakeholdersgroep als overlegorgaan installeren en een beleid voor dit beheer ontwikkelen. Het totale budget bedraagt 1 400 000 euro, waarvan 1 190 000 euro wordt gesubsidieerd door Interreg Europe.

COCOON is niet het enige initiatief rond de valorisatie van stortplaatsen waar Vlaanderen een rol in speelt. In 2016 werd namelijk al New-Mine goedgekeurd als EU Horizon 2020-project. Beide projecten werden vanuit Vlaanderen geïnitieerd.

Stap 1 Inventariseren

Een belangrijke taak van COCOON was het verzamelen van EU-brede informatie over stortplaatsen, stortplaatsbeheer en beleidskwesties. Daarom is een inventaris opgesteld en ingevuld door de COCOON-partners voor hun regio. Dit geeft een mooi overzicht hoe de projectpartners invulling geven aan het Europese stortbeleid en wat de uitdagingen zijn. Uit de inventarisatie is naar voren gekomen dat de meeste van de circa 500.000 stortplaatsen in Europa niet voldoen aan de Europese richtlijn voor storten.

Het rapport geeft een samenvatting van de bevindingen van de COCOON-partners over stortplaatsmanagement op basis van een vragenlijst uit 2017. Maar dit betreft geen lijst van alle gedetecteerde stortplaatsen met een gedetailleerde beschrijving van hun kenmerken. De nadruk van dit rapport ligt op de beschikbaarheid en toegankelijkheid van gegevens over stortplaatsen en het huidige beleid.

Lees het volledige Report on Mapping (Engelstalig) op de website van COCOON.

 

Stap 2 Goede voorbeelden verzamelen

Stortplaatsen zijn een essentieel onderdeel van de economie. Doorgaans worden ze geassocieerd met het einde van de levenscyclus van een product in een lineaire economie. De partners binnen COCOON verzamelden voorbeelden en laten daarmee zien dat stortplaatsen ook een essentiële troef zijn voor de circulaire economie. Door het veelal gevaarlijke karakter van afval is een goed beheer van stortplaatsen (zowel oude als nieuwe) essentieel om een veilige en duurzame leefomgeving te garanderen.

Daarnaast kan met goed beheer een stortplaats een tweede leven krijgen, waarbij het gebied weer ter beschikking voor de maatschappij komt. De door de projectpartners verzamelde voorbeelden hebben betrekking op een breed scala aan onderwerpen, waaronder afvalmining, stortplaatsontwerp, beleid, economie en nazorg.

Het volledige Good Practice Handbook (Engelstalig) kan eveneens gevonden worden op de projectwebsite.

 

Stap 3 Aanpassing Bodemsaneringsregelgeving

De Vlaamse bijdrage aan COCOON bestaat onder meer uit de aanpassing van de bodemsaneringsregelgeving. Vanuit het project COCOON is een actieplan opgesteld voor de stimulering van het concept Duurzaam Voorraadbeheer van Stortplaatsen (Dynamic Landfill Management, DLM). Een belangrijk gegeven is vooral de informatievergaring over voormalige stortplaatsen en de Gemeentelijke Inventaris is daarin een cruciaal element. Tijdens de afgelopen jaren werd behoorlijk geïnvesteerd in de verbetering van deze databank.

Door de wijziging van het Bodemdecreet op 29 november 2017 (Belgisch Staatsblad 2 februari 2018) komt er een verplicht bodemonderzoeksmoment voor nog niet onderzochte gronden met een potentieel historische bodemverontreiniging. Uiterlijk begin 2027 dient er een oriënterend bodemonderzoek te zijn voor alle risicogronden. Om de uitvoering van die oriënterende bodemonderzoeken in de tijd te spreiden, wordt in een fasering van de onderzoeksplicht voorzien, nl. een uitvoering tegen eind 2021, eind 2023 en begin 2027. Voormalige stortplaatsen vallen uiteraard ook onder deze regeling. Om de onderzoeken beter te stroomlijnen worden specifieke voorschriften uitgewerkt voor stortplaatsen en opgenomen in de standaardprocedures.

Daarnaast wordt ook vanuit andere regelgeving aan de praktische invulling en promotie van DLM verder gewerkt. Een recente wijzing van Vlarem voert een specifieke rubriek 2.2.9 in voor de ontginning van stortplaatsen, zogenaamde Enhanced Landfill Mining projecten (ELFM). Daarnaast voorziet een wijziging van de heffingsregeling dat er sinds 1 juli 2018 geen heffingen verschuldigd zijn op de afvalstoffen die afkomstig zijn uit een door OVAM goedgekeurd ELFM-project en opnieuw dienen gestort. Vanuit de brownfieldconvenanten zijn er sinds 2017 oproepen gelanceerd waarin bijzondere aandacht wordt gevraagd voor projecten met de herontwikkeling van stortplaatsen.