De materialenvoetafdruk van de vlaamse consumptie is hoger dan wat duurzaam is

Circulaire materialenverhalen


De Vlaamse materialenvoetafdruk is het totaal aan primaire grondstoffen die wereldwijd ontgonnen worden voor de finale consumptie door Vlaanderen. Deze primaire grondstoffen omvatten mineralen, fossiele grondstoffen, biomassa en metalen. De Vlaamse finale consumptie bestaat enerzijds uit producten die in Vlaanderen geproduceerd worden voor Vlaamse consumptie, en anderzijds uit producten die geïmporteerd worden voor Vlaamse consumptie. De materialenvoetafdruk houdt rekening met alle stroomopwaartse productieketens en het handelsverkeer voorafgaand aan deze consumptie.

Vlaanderen heeft een open economie gekenmerkt door een grote import en export van grondstoffen en producten. Om te voldoen aan onze behoeftes zijn we in Vlaanderen sterk afhankelijk van buitenlandse grondstoffen en producten. Als we ons enkel focussen op de lokale ontginning van grondstoffen en lokale emissies bestaat het gevaar dat we de milieu- en klimaatimpact van onze consumptie gaan outsourcen naar het buitenland via internationale handel.

Door enkel te focussen op de impact binnen Vlaanderen, bestaat ook het risico dat we de milieuwinsten van meer hergebruik en recyclage gaan onderschatten. De milieuwinsten die in het buitenland optreden ten gevolge van meer circulaire Vlaamse consumptie worden dan niet mee in rekening genomen.

Als kennisknooppunt voor materialenbeheer is de OVAM sterk betrokken bij de ontwikkeling en opvolging van meetbare indicatoren voor een circulaire economie. De Vlaamse materialenvoetafdruk stelt de uitdaging van een circulaire economie helder.


 

De materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie is te hoog

Materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie (RMC) in ton/capita voor de periode 2002-2015 volgens het EU RME model. Bron: LNE (2016)

Evolutie materialenvoetafdruk

De materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie (Raw Material Consumption; RMC) bedraagt volgens de Europese RME model 19 ton per inwoner (meest recent beschikbare gegevens voor 2015).

Het UNEP International Resource Panel (IRP 2014) schat het duurzame verbruik van primaire grondstoffen op ongeveer 7 ton per persoon per jaar. UNEP gaat hierbij uit van een gelijke toegang tot primaire grondstoffen voor iedereen ter wereld, zonder de jaarlijkse ontginning van grondstoffen te vergroten. Volgens Bringezu (2015) moet de materialenvoetafdruk zelfs beperkt worden tot 5 ton per persoon tegen 2050. Het grondstoffenverbruik van de Vlaamse consumptie ligt dus volgens UNEP dus een factor 3 hoger dan wat duurzaam is. De materialenvoetafdruk is niet enkel te groot maar kent ook een snelle toename. De Vlaamse materialenvoetafdruk is in 13 jaar tijd bijna verdubbeld.

Eind 2019 volgt een update van de Vlaamse materialenvoetafdruk voor de periode 2014-2018, volgens de nieuwe Eurostat methodologie. Het Steunpunt Circulaire Economie zal naast de update ook onderzoek doen naar de verklarende factoren achter deze stijging.

Voor het jaar 2010 is de materialenvoetafdruk diepgaand onderzocht aan de hand van het Vlaamse milieu input-outputmodel (IO-model). De materialenvoetafdruk bedraagt volgens deze methodologie 18 ton per inwoner. 63% van de Vlaamse voetafdruk is gelinkt aan de consumptie door huishoudens.

Ook de Vlaamse koolstofvoetafdruk is te hoog. Om de gemiddelde globale temperatuurstijging te beperken tot 2 °C moeten de mondiale broeikasgasemissies tegen 2050 verminderd worden tot gemiddeld 2 ton per capita. Meer informatie over de koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie en de 2°C-doelstelling vindt u terug in de studie van VITO uitgevoerd in opdracht van VMM (Vercalsteren et al. 2017).

Koolstof- en materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie in 2010 per vraagcategorie volgens het Vlaamse IO-model. Bron: Vercalsteren et al. (2017) & Christis et al. (2019)

streefwaarde koolstof- en materialenvoetafdruk

Bijna 90% van onze materialenvoetafdruk bevindt zich in het buitenland

De Vlaamse consumptie heeft een materialenvoetafdruk van 111 miljoen ton (bron: IO-model, data 2010). Van deze primaire grondstoffen is 99 miljoen ton of 89% afkomstig van buiten Vlaanderen. Dit is de materialenvoetafdruk vanuit het consumptieperspectief.

In Vlaanderen zelf werden 33 miljoen ton primaire grondstoffen geproduceerd. Dit is de materialenvoetafdruk vanuit het productieperspectief. Slechts 12 miljoen ton van deze natuurlijke grondstoffen is nodig voor de finale consumptie van goederen en diensten door Vlaanderen. Het overige deel is gekoppeld aan productie bestemd voor buitenlandse consumptie.

De materialenvoetafdruk van consumptie ligt dus meer dan 3 keer hoger dan die van productie.

De ontginning en teelten van materialen veroorzaakt door de Vlaamse productie en consumptie in 2010 volgens het Vlaamse IO-model. Bron: Christis et al. (2019)

Materialenvoetafdruk Vlaamse consumptie

Mobiliteit, voeding, huisvesting en consumptiegoederen vergen de meeste materialen

Koolstof- en materialenvoetafdruk van de Vlaamse huishoudens in 2010 per consumptiedomein volgens het Vlaamse IO-model. Bron: Vercalsteren et al. (2017) & Christis et al. (2019)

 

De materialen- en koolstofvoetafdruk van de consumptie door de Vlaamse huishoudens is opgesplitst over verschillende consumptiedomeinen (data 2010). De materialenvoetafdruk van de Vlaamse huishoudens is voor 73% gelinkt aan voeding (incl. alcoholische dranken en catering), transport en huisvesting (incl. investering in woningbouw). Driekwart van de koolstofvoetafdruk van de Vlaamse huishoudens is ook gekoppeld aan deze drie consumptiedomeinen. Consumptiegoederen (kleding en schoeisel, stoffering en huishoudelijke apparaten, diverse artikelen voor persoonlijk gebruik …) zijn verantwoordelijk voor 16% van de materialen- en 12% van de koolstofvoetafdruk.

Meer weten?

Meer over beleid en visie …

De OVAM zet zich in voor dematerialisatie en gesloten kringlopen. Deze omslag is een noodzaak omwille van verschillende uitdagingen: de schaarste aan natuurlijke hulpbronnen, de milieu-impact van ons huidige materialengebruik en de vraag naar nieuwe werkgelegenheid. Om tot een circulaire economie komen, moet deze materialenproblematiek binnen een ruimere context geplaatst worden: binnen de verschillende beleidsdomeinen, met betrekking van alle maatschappelijke actoren en buiten de grenzen van Vlaanderen.

Als kennisknooppunt voor materialenbeheer is de OVAM sterk betrokken bij de ontwikkeling en opvolging van meetbare indicatoren voor een circulaire economie. Het Steunpunt Circulaire Economie zal tegen 2021 een monitor van de circulaire economie ontwikkelen in opdracht van Vlaanderen Circulair. Het steunpunt leverde reeds een conceptuele kader voor deze CE-monitor op (Alaerts et al. 2019). In de volgende stap zal het steunpunt samen met OVAM de monitor invullen met indicatoren in overleg met de verschillende Vlaamse beleidsdomeinen en andere stakeholders.

Aan de indicatoren moeten ook doelstellingen gekoppeld worden. De CE-monitor geeft op die manier het Vlaamse beleid een duidelijke richting en maakt beleidsevaluatie mogelijk. Daarnaast verstrekt de monitor ook het bewustzijn en actiedrang bij alle maatschappelijke actoren.

Meer cijfers …

De wereldwijde extractie aan materialen in 2017 bedroeg meer dan 90 miljard ton. De globale onttrekking aan grondstoffen is ten opzichte van 2010 met 20% gestegen en zal naar verwachting nog eens verdubbelen tegen 2050 (IRP, 2019). Per persoon is de globale extractie gestegen van 11,0 ton in 2010 tot 12,1 ton in 2017 (IRP, 2019 & UN, 2019).

De Vlaamse consumptie was in 2010 verantwoordelijk voor slechts 0,15% van de globale extractie aan grondstoffen, maar alle Vlamingen samen maken maar 0,09% uit van de wereldbevolking.

Met het globale model (EXIOBASE 3), waarop de berekening van de Vlaamse materialenvoetafdruk berust, bepaalde Giljum et al. (2019) de materialenvoetafdruk van meerdere landen voor 2010. De materialenvoetafdruk van de Belgische consumptie is één van de hoogste ter wereld. In het algemeen, hebben landen met een grotere welvaart ook een hogere materialenvoetafdruk. Waarom een specifiek land het beter doet als een ander land werd niet onderzocht.

Materialenvoetafdruk van de consumptie voor een 40-tal landen in 2010 volgens EXIOBASE 3 model. Bron: Giljam et al. (2019)

materialenvoetafdruk RMC per capita

Bronnen


Alaerts L., Van Acker K., Rousseau S., De Jaeger S., Moraga G., Dewulf J., De Meester S., Van Passel S., Compernolle T., Bachus K., Vrancken K., Eyckmans J. (2019). Towards a circular economy monitor for Flanders: a conceptual basis. Steunpunt Circulaire Economie, januari 2019.

Bringezu S. (2015). Possible Target Corridor for Sustainable Use of Global Material Resources. Resources, vol. 4(1), p. 25-54.

Christis M., Van der Linden A., Vercalsteren A. (VITO) (2019). Materialenimpact van de Vlaamse consumptie – de Materialenvoetafdruk, studie uitgevoerd in opdracht van de OVAM. Intern document.

Giljum S., Wieland H., Lutter S., Eisenmenger N., Schandl H.,Owen A. The Impacts of Data Deviations between MRIO Models on Material Footprints: A Comparison of EXIOBASE, Eora, and ICIO. Journal of Industrial Ecology, vol. 23(4), p. 946–58.

IRP (2019). Materialflows.net: The Material Flow Analysis Portal. International Resource Panel, United Nations Environment Programme, Nairobi, Kenya. http://www.materialflows.net/

IRP (2014). Decoupling natural resource use and environmental impacts from economic growth, A Report of the Working Group on Decoupling to the International Resource Panel. International Resource Panel, United Nations Environment Programme, Nairobi, Kenya, 7 februari 2014.

LNE (2016). Hoe groen is Vlaamse economie? Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Brussel, december 2016.

UN (2019). Population Databases: Total Population. United Nations, Department of Economics and Social Affairs, Population Division. http://www.un.org/en/development/desa/population/publications/database/

Vercalsteren A., Boonen K., Christis M., Dams Y., Dils E., Geerken T. & Van der Linden A. (VITO), Vander Putten E. (VMM) (2017). Koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie, studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), MIRA. VMM, Aalst, juni 2017.