De OVAM, klaar voor de uitdagingen van morgen

  • 25 oktober 2018

De Vlaamse materialenvoetafdruk bedraagt bijna 200 miljoen ton per jaar. Dat komt neer op 29 ton per persoon, ruimschoots meer dan de 7 ton per persoon die het IRP (het International Resource Panel van het VN-Milieuprogramma) als duurzaam vooropstelt. Vlaanderen mag dan wel in de kopgroep zitten voor de selectieve inzameling en recyclage van huishoudelijk en bedrijfsafval, maar als het gaat over materialenbeleid hebben we een achterstand. Daarom is er een ambitieuze nieuwe strategie nodig.

Die strategie draait rond twee doelstellingen:

  • dematerialiseren: we moeten de maatschappelijke behoeften invullen met minder materialen, die we efficiënter gebruiken;
  • kringlopen sluiten: we moeten zoveel mogelijk producten, onderdelen en materialen op het eind van hun levensduur hergebruiken of recycleren.

De transitie naar een ecologischer materialenbeleid is ook noodzakelijk in de strijd tegen de klimaatopwarming. Momenteel wordt de consument vooral aangemoedigd om energiezuinige producten te kopen en energiezuinig te (ver)bouwen, maar de broeikasgassen die ontstaan door de consumptie van Vlaamse huishoudens zijn verantwoordelijk voor slechts 16 procent van de CO2-uitstoot. De overige 84 procent ontstaat tijdens de productie en het transport van goederen en diensten en vindt voor 82 procent plaats buiten Vlaanderen. Het Vlaamse en internationale beleid moeten dan ook dringend meer rekening houden met de materiaalimpact van producten en gebouwen.

Hoe doen we dat?

  1. Materialenbeleid in een circulaire economie
    Vlaanderen staat voor grote maatschappelijke transities die een sterke materiaalimpact zullen hebben. Denk maar aan de overgang naar een verdicht, kwaliteitsvol en klimaatneutraal gebouwenpark; de ombouw naar een koolstofarm transport- en energiesysteem; de eiwittransitie (van dierlijke naar andere eiwitten om de groeiende wereldbevolking van voldoende eiwitten te kunnen voorzien); en de omslag naar een circulaire maakindustrie en distributie. We zorgen ervoor dat die transities zo verlopen dat ze leiden tot minder materiaalgebruik en de daarmee verbonden milieudruk. Dat kan alleen door een doorgedreven afstemming tussen de verschillende beleidsdomeinen. Circulair materiaalgebruik is daarbij een belangrijk aandachtspunt.
     
  2. Materiaalbewust bouwen en verbouwen
    De bouw is een erg materiaalintensieve sector, die veel primaire en secundaire grondstoffen verbruikt en grote hoeveelheden afval produceert. Om dat te verhelpen, willen we TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials) en het materialenpaspoort verder uitbreiden. We gaan na of het zinvol is om voor elke (ver)nieuwbouw een materiaalpeil te verplichten (dat de milieu-impact aangeeft). We optimaliseren de wetgeving voor de opvolging van sloopwerken en streven ernaar om de niet-steenachtige fractie gescheiden in te zamelen of (na) te sorteren. En we blijven inzetten op energierenovatie en op een actief beleid om asbest verder af te bouwen — de twee rode draden in een duurzaam renovatiebeleid.
     
  3. Cascadeprincipe voor biomassa
    Voedselverlies willen we zoveel mogelijk beperken. Daarom moeten distributieplatformen voor voedseloverschotten kunnen uitgroeien tot echte voedselhubs. Keukenafval zamelen we voortaan overal samen met de gft-fractie in. Samen met de sectororganisaties gaan we door met/beginnen we met de selectieve inzameling van organisch materiaal bij bedrijven. En er komt een objectief kader om af te wegen hoe biomassareststromen het best kunnen worden ingezet: hergebruiken we ze als materialen, of wekken we er energie mee op? Het nieuwe kader moet uitgaan van het cascadeprincipe, waarbij hout en andere reststromen een zo hoogwaardig mogelijk toepassing moeten krijgen.
     
  4. Materiaalimpact van productketens verlagen
    We stimuleren mensen en bedrijven om meer circulaire producten te gebruiken, ze gescheiden in te zamelen, te hergebruiken en te recycleren, en om de hergebruikte en gerecycleerde materialen af te zetten. Dat doen we via sensibilisering, maar ook met financiële instrumenten. We versterken en verruimen bovendien het instrument van de UPV. Dat vergt een afgestemde aanpak op bovengewestelijk niveau.

    Daarnaast werken we een actieplan Kunststoffen uit. Dat moet leiden tot beter ontworpen producten en de afzetmarkt voor kunststofrecyclaten stimuleren. Kwaliteitsnormen en een betere garantieregeling voor herstelde en tweedehandsproducten kunnen het vertrouwen in de tweedehandsmarkt verder versterken. Een circulair aankoopbeleid bij de overheid, maar ook bij de bedrijven, moet de inzet van kunststofrecyclaten een impuls geven.
     
  5. Restafval beperken
    Ongeveer één derde van al het restafval van bedrijven bestaat nog altijd uit afval dat selectief ingezameld had moeten worden. En nog bijna honderd gemeenten moeten hun restafval met 10 kilo per inwoner of meer doen dalen om hun restafvaldoelstelling te behalen. Met zowel bindende als meer ondersteunende maatregelen willen we op dit vlak een grote stap vooruit zetten.

    In volume is kunststof de grootste fractie in het huisvuil en in het gelijkaardig restafval van bedrijven. We kiezen voor één centraal systeem voor de inzameling van huishoudelijk verpakkingsafval, met een verplichte algemene inzameling van restplastics en een hoog recyclagepercentage. Daarnaast pakken we zwerfvuil en sluikstorten nog forser aan, met extra beleidsmaatregelen.

    Op basis van de langetermijnvisie voor storten en verbranden werken we een implementatiescenario uit. Dat gaat uit van een evenwicht tussen capaciteit en aanbod van restafval. De energie- en milieuprestaties van de installaties moeten omhoog, zodat ze concurrentieel blijven met de installaties in de buurlanden.

Nieuwe structuur

Om al deze uitdagingen aan te gaan, heeft de OVAM de structuur van de afdeling afvalstoffen- en materialenbeheer (AMB) bijgestuurd. Sinds 1 oktober 2018 is voor iedere materiaalstroom en bijbehorende sector(en) een stroomgericht team verantwoordelijk. De stroomgerichte teams krijgen ondersteuning van afdelingsbrede teams: zij stippelen mee de richting uit en garanderen de samenhang tussen de stroomgerichte teams.

Structuur AMB 2018

Team Vlaanderen Circulair (Brigitte Mouligneau) is het unieke aanspreekpunt voor circulaire economie in Vlaanderen. Het faciliteert de circulaire economie en draagt ze uit naar alle doelgroepen die samen de maatschappelijke vijfhoek uitmaken: bedrijven, consumenten, overheid, financiers en kennisinstellingen. Het team effent het pad, bouwt netwerken uit en gaat op zoek naar opportuniteiten.

Team Onderzoek en Monitoring (Koen Smeets) is het informatieknooppunt van de afdeling AMB. Op termijn moet het doorgroeien tot een echt kenniscentrum, dat op de hoogte is van alle relevante data en studies. Op basis daarvan moet het nieuwe indicatoren en modellen ontwikkelen, het beleid monitoren, voorstellen voor bijsturing doen en het effect van nieuwe beleidsmaatregelen inschatten en onderbouwen.

Team Bouw (Peter Loncke) bevordert materiaalbewust bouwen en verbouwen, binnen het grotere kader van een energie-efficiënt bouwbeleid dat de ruimte optimaal benut. De belangrijkste leidraad is de Beleidsvisie Bouw (2020), die tijdens de komende planperiode herzien wordt.

Het projectteam Asbestafbouw (projectleider Sven De Mulder), dat aanleunt bij het team Bouw, helpt Vlaanderen asbestveilig te maken. Asbesthoudende materialen worden per gebouw of locatie geïnventariseerd en centraal geregistreerd, waarna de risicovolle asbesthoudende toepassingen versneld maar veilig worden verwijderd tegen uiterlijk 2040.

Team Bio (Nico Vanaken) probeert voedselverliezen te beperken en organisch-biologische stromen  –  waaronder ook dierlijke bijproducten – optimaal in te zetten volgens het cascadeprincipe. Leidraad zijn het actieplan Biomassa-(rest)stromen (2020) en de roadmap Voedselverlies (2020), die allebei tijdens de komende planperiode worden herzien.

Team Productketens (Anneleen De Wachter) gaat voor een integrale ketenaanpak van producten: beter ontwerp, minder materiaalverlies bij productie en gebruik, een gesloten kringloop. Het gaat om producten waarvoor Europese of andere richtlijnen bestaan (bv. EU werkplan ecodesign, plan overheidsaankopen), maar het team detecteert zelf ook opportuniteiten.

Team Lokaal materialenbeheer (Ann De Boeck) heeft het huishoudelijk en gelijkaardig bedrijfsrestafval onder zijn hoede. Het ziet ook toe op de reductiedoelstellingen in het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Subsidies, maatwerk, samenwerkingsverbanden en lokale projecten zijn maar enkele van de instrumenten die het team hanteert.

Team Vlaanderen Mooi (Els Gommeren), dat aanleunt bij het team Lokaal materialenbeheer, treedt op tegen zwerfvuil en sluikstorten. De aanpak steunt op vijf pijlers: infrastructuur, sensibilisatie en communicatie, omgeving, participatie en handhaving. Het team krijgt aansturing van het beslissingsorgaan Zwerfvuil.

Team Reststromen (Bart Thibau) ziet toe op een milieuverantwoorde verwerking van materialen die niet langer voor hergebruik of recyclage in aanmerking komen, de capaciteitsplanning en ook een beleid dat de afbouw van die capaciteit voor eindverwerking inzet. Het belangrijkste beleidsinstrument zijn nog vaak de afvalheffingen van waaruit ook links naar andere teams worden gelegd.

Team Dossierbeheer (Bart Vangilbergen) is de draaischijf voor alle dossiers en briefwisseling binnen de afdeling AMB. Waar mogelijk handelt het de dossiers volledig zelfstandig af (dat gebeurt vooral bij kennisgevingen). In de andere gevallen ondersteunt het de andere teams: het bereidt dossiers voor, fungeert als helpdesk en voert allerhande operationele taken uit.

Het Nieuwe Werken

In elke OVAM-medewerker schuilt een ondernemer. Die willen we stimuleren, zodat we vlotter onze doelstellingen halen en onze ambities kunnen optillen. Bij OVAM noemen we dat Het Nieuwe Werken, en het moet ons als organisatie flexibel houden en efficiënter maken.

Omdat we meer moeten doen met minder, is een vlotte samenwerking binnen de teams essentieel. Dat vraagt om minder hiërarchie en meer coaching. Als team zet je je samen in en word je ook samen geëvalueerd. Daarom bieden we al onze medewerkers de kans om hun talenten te benutten en hun competenties te ontwikkelen. Op basis van hun vaardigheden en interesses vinden ze de juiste functie en de juiste plaats. Op dezelfde basis selecteren we ook de leden en de verantwoordelijken van de verschillende teams. Door middel van prestatiemanagement formuleren we duidelijke en meetbare doelstellingen, mét indicatoren.

Het Nieuwe Werken wil dat medewerkers optimaal bereikbaar zijn, maar laat hun werk niet afhangen van tijd of plaats. Daarom passen we de indeling van onze kantoorruimtes aan. Vrije werkplekken, cockpits, teamzalen en een lounge geven medewerkers de kans elkaar te ontmoeten, kennis en ervaring uit te wisselen en elkaar te inspireren.

De afdeling AMB is bij de OVAM de laatste die de overschakeling maakt naar Het Nieuwe Werken. Ze zorgde voor een eigen toets: voor het kantoormeubilair koos ze zoveel mogelijk voor refurbishing en duurzame tweedehandsaanbiedingen. Dat heet: je voorbeeldfunctie ernstig nemen.