Einde-afvalcriteria voor materialen gewonnen uit luierrecyclage

  • 12 mei 2021

In opdracht van de OVAM heeft onderzoeksinstelling VITO einde-afvalcriteria opgesteld voor de recyclage van luiers en incontinentiemateriaal in Vlaanderen. Deze einde-afvalwetgeving (end of waste of EoW) is een belangrijke stap voor potentiële recyclers om de afzet van de materialen uit luierrecyclage in Vlaanderen te kunnen garanderen. Deze wetgeving past ook in het traject ter voorbereiding van de recyclagehub Vlaanderen.

Internationale inspiratie en samenwerking

De einde-afvalcriteria werden uitgewerkt volgens de Europese methodologie. Ze werden vastgelegd op vier niveaus:

  • de inputzijde
  • het recyclageproces
  • de hygiëne-eisen voor de outputstromen (vnl. pathogenen en medicijnresten)
  • de toepassingsmogelijkheden

Vertrekbasis waren het RIVM-beleidskader van Nederland en de einde-afvalcriteria voor luierrecyclage van Italië. Het doel was om een EoW-wetgeving op te stellen die rekening houdt met de specifieke medicijnenconsumptie in Vlaanderen en met de bottlenecks in de Nederlandse en Italiaanse wetgeving. De wetgeving moet ook onafhankelijk zijn van de verwerkingstechnologie en moet een hoogwaardige afzet van de materialen beogen.
De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de OVAM. De hele ketenwerkgroep luiers, inclusief het Nederlandse Rijkswaterstaat en de RIVM, fungeerde als klankbordgroep.

Boven op andere wetgeving

De criteria uit deze studie komen boven op de productnormering, REACH en andere wetgeving die van kracht is voor het gebruik van materialen in de productie van nieuwe producten. Dat wil zeggen dat de materialen, zodra ze voldoen aan de EoW-criteria vermeld in het rapport, ook zullen moeten voldoen aan de geldende productwetgeving (federale bevoegdheid, maar vooral Europees bepaald via verordeningen).

Bijvoorbeeld als de plastics worden ingezet om een tuinbank te maken, zal de productwetgeving minder streng zijn dan als er babyspeelgoed of een voedingsverpakking mee gemaakt zal worden. Deze productwetgeving komt dus boven op onze EoW-criteria, maar valt volledig buiten onze bevoegdheid. Dat is zo bij elke grondstofverklaring die de OVAM aflevert.

Vervolgtraject

VITO zal nu de analytische tests, ook het analytisch kader genoemd, voor de EoW-criteria uitwerken. Recyclers zullen dit analytisch kader gebruiken om aan te tonen dat hun materiaalstromen conform de EoW-criteria zijn. Later dit jaar vindt er een praktijktoets plaats bij twee recyclageplants. Als de test een succes is, worden de EoW-criteria en het analytisch kader omgezet in Vlaamse wetgeving (VLAREMA 9). Dat zal ook duidelijkheid verschaffen voor komende investeringen in de luierrecyclage in Vlaanderen.

Meer info

Het finale rapport vindt u hier.