Gebruik van bodemmaterialen - Voorwaarden voor gebruik

De regeling voor het gebruik van bodemmaterialen heeft als doel de verspreiding van aangerijkte of verontreinigde bodem te beheersen.

De gebruiksvoorwaarden die opgelegd zijn in het kader van de VLAREBO bepalen de milieukwaliteit waaraan de bodemmaterialen die gebruikt worden als grondstof in een bouwtechnische functie moet voldoen. Dit impliceert op geen enkele wijze een uitspraak over de opbouw van de constructie of over de bouwtechnische kwaliteiten van de bodemmaterialen.

Naast de algemene voorwaarden waaraan bodemmaterialen moeten voldoen om als bodem op een andere locatie te worden gebruikt, zijn in de wetgeving ook bijzondere gebruiksbepalingen opgenomen. Die gelden voor het gebruik van bodemmaterialen binnen een kadastrale werkzone en voor het gebruik binnen een zone voor het gebruik ter plaatse.

Het is vanzelfsprekend verboden om partijen verontreinigde bodem opnieuw te gebruiken of partijen verontreinigde bodemmaterialen te mengen en dit met het oogmerk op het verdunnen van de verontreiniging.

In de sector wordt gebruik gemaakt van een driedelige-code die de gebruiksmogelijkheden van de uitgegraven bodem weergeeft. Het schema van deze driedelige code is terug te vinden in de standaardprocedure voor de opmaak van het technisch verslag en op de website van Grondbank vzw en Grondwijzer vzw.

Algemeen

Bodemmaterialen die aan de vrije gebruikswaarde van bijlage V van het VLAREBO voldoen, mag u overal en zonder beperkingen gebruiken. Dus ook in een bouwkundige toepassing of in een vormvast product.

Bodemmaterialen die niet voldoen aan de waarden voor vrij gebruik, maar wel aan de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype III (bijlage IV van het VLAREBO), mag u afvoeren en elders gebruiken. Als voorwaarde geldt wel dat een studie van de ontvangende grond moet aantonen dat het gebruik van de bodemmaterialen geen bijkomende grondwaterverontreiniging kan veroorzaken en dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen extra risico oplevert. Bovendien moeten de aangevoerde bodemmaterialen voor alle stoffen voldoen aan de 80% van de bodemsaneringsnorm van de ontvangende grond. De studie van de ontvangende grond  wordt door de erkende bodemsaneringsdeskundige opgemaakt volgens een standaardprocedure. Voor de bodemsaneringsdeskundigen is de standaardprocedure ook beschikbaar onder de vorm van een webtoepassing. Deze toepassing kan door de erkende bodemsaneringsdeskundige ook gebruikt worden om de gebruikswaarde voor niet genormeerde parameters te berekenen.

Gebruik binnen de kadastrale werkzone

Het gebruik van de bodematerialen mag de bestaande bodemtoestand niet nadelig beïnvloeden. Een kadastrale werkzone is een deel van de projectzone waar de bodem overal eenzelfde graad van verontreiniging vertoont. Bij het gebruik van de bodem binnen de kadastrale werkzone wordt ernaar gestreefd zoveel als mogelijk bodem binnen de werf te hergebruiken.

Bodemmaterialen die voldoen aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype van de werkzone, mag u vrij gebruiken binnen de kadastrale werkzone.

Bodemmaterialen die hogere waarden bevatten dan 80% van de bodemsaneringsnorm mag u binnen de kadastrale werkzone gebruiken, op voorwaarde dat u werkt volgens een code van goede praktijk. Deze code van goede praktijk houdt in dat het gebruik in de kadastrale werkzone geen ernstige nadelige en relevante wijziging van milieurisico's tot gevolg heeft.

Bouwkundig bodemgebruik en gebruik in een vormvast product

Bodemmaterialen worden niet alleen gebruikt als bodem, maar ook als grondstof in bouwwerken of in producten. In dat geval is sprake van bouwkundig bodemgebruik of gebruik van bodem in een vormvast product. Voorbeelden zijn het gebruik van zandige bodem als funderingszand of als grondstof voor de aanmaak van beton. Klei en leem worden dan weer gebruikt voor de aanmaak van bakstenen. In de grondverzetsregeling wordt bepaald dat de minister bevoegd voor leefmilieu een lijst opstelt van toepassingen die in aanmerking komen voor het bouwkundig bodemgebruik of het gebruik van bodem in een vormvast product (artikel 171 van het VLAREBO). In die lijst worden de toepassingen en de producten de in aanmerking komen eenduidig omschreven.

Indien het bodemmateriaal voldoet aan de waarden vermeld in bijlage V van het VLAREBO kan de bodem overal vrij gebruikt worden en dus ook in een bouwkundige toepassing of in een vormvast product.

Bodemmaterialen die concentraties van stoffen bevat die hoger zijn dan de waarden voor vrij gebruik komen in aanmerking voor bouwkundig bodemgebruik of voor het gebruik in een vormvast product, indien de bodemmaterialen voldoen aan de voorwaarden opgenomen in bijlage VI en VII van de VLAREBO.

Bijlage VI geeft de maximale totaalconcentraties aan verontreinigende stoffen die in de uitgegraven bodem aanwezig mogen zijn.

Bijlage VII geeft de maximale uitloogwaarden voor de zware metalen en metalloïden. Deze waarden gelden voor de bepaling van de uitloogbaarheid met behulp van de éénstapsschudtest (methode CMA 2/II/A.19; /www.emis.vito/nl/referentielabo-ovam).

Gebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse

Het begrip gebruik van bodemmaterialen binnen een zone voor het gebruik ter plaatse is slecht van toepassing voor de aanleg of het herstel van nutsleidingen of rioleringen, het herstel van oevers of dijkprofielen, het hergebruik van opzijgeschoven teelaarde bij vergunde ontginningen, voor de proefsleuven in archeologie en het herstel van kust en duinen. Bij deze werken wordt de bodem op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities in dezelfde toepassing teruggebracht. Voor het gebruik van de bodemmaterialen binnen een zone voor het gebruik ter plaatse geldt een vrijstelling voor de opmaak van het technisch verslag als de zone volgens een code van goede praktijk wordt afgebakend en als de bodem volgens een code van goede praktijk wordt gebruikt.

Andere type grondwerken komen nooit in aanmerking voor het gebruik van bodemmaterialen binnen een zone voor het gebruik ter plaatse, ook al gebruikt u alle bodem terug op uw eigen terrein; in de context van de grondverzetsregeling wordt dit niet beschouwd als gebruik ter plaatse.

Stenen en bodemvreemde materialen

In de bodem treft u soms stenen of andere bodemvreemde materialen aan. Het gehalte aan stenen in de bodemmaterialen mag echter nooit hoger zijn dan 25% om nog van een bodem te kunnen spreken. Indien hogere gehaltes aan stenen voorkomen spreekt men niet meer van een bodem, maar wel van een afvalstof.

Als er stenen in de grond voorkomen, is het belangrijk of de stenen van nature voorkomen. Voor stenen die van nature aanwezig zijn (bv. kalksteenbanken in de bodem), legt de wetgeving geen beperkingen op. Ook voor plantenresten die van nature in de bodem voorkomen, worden geen beperkingen opgelegd.

Voor materialen die niet van nature aanwezig zijn, worden afhankelijk van het gebruik verschillende voorwaarden opgelegd. Hiertoe moet men de bodemvreemde materialen op volgende manier onderverdelen:

Natuurlijke stenen Keien, zandsteen, grind, schelpen kalksteen, leisteen
Bodemvreemde stenen Metselwerkpuin, betonpuin, steenslag
Bodemvreemd steenachtig materiaal Afsfaltpuin, freesasfalt, slakken, as, sintels, glas, tegels, keramiek, kunstleien, cellenbeton, geëxpandeerde klei
Bodemvreemd niet-steenachtig materiaal Plastic, gips, kalk, roofing, bitumen, rubber, isolatiematerialen (zoals piepschuimp), metalen (zoals bouten, moeren, schroot), hout (behandeld-onbehandeld) asbestverdacht materiaal, papier, kurk, textiel, ...

In functie van het beoogde gebruik zijn volgende bepalingen van kracht:

  • Bij gebruik van bodemmaterialen als bodem buiten de kadastrale werkzone moet u alle stenen groter dan 5cm uitzeven en moet u bijkomend zeven totdat de bodem minder dan 5 gewichtsprocent stenen bevat. Bovendien mag er in de bodem niet meer dan 1 gewichtsprocent en volumeprocent bodemvreemd steenachtig en niet steenachtig materiaal aanwezig zijn.
  • Bij gebruik van bodemmaterialen binnen de kadastrale werkzone, bij bouwkundig bodemgebruik en bij gebruik in een vormvast product mogen hoogstens 25% stenen en steenachtig materiaal aanwezig zijn. Bovendien mag het bodemmateriaal niet meer dan 1 gewichtsprocent en volumeprocent bodemvreemd niet-steenachtig materiaal bevatten.

Invasieve exoten

Planten en dieren kunnen door toedoen van de mens op plaatsen belanden waar ze van nature niet voorkomen. Dit kan opzettelijk gebeuren (bijvoorbeeld met tuinplanten) of onopzettelijk (bijvoorbeeld door verplaatsing van bodemmaterialen). Wist je dat één op twintig planten wereldwijd ergens beland is waar die van nature niet thuis hoort? Deze uitheemse soorten veroorzaken meestal geen problemen. In uitzonderlijke gevallen doen de nieuwkomers het echter zó goed dat ze flink wat schade veroorzaken. Japanse duizendknoop bijvoorbeeld.

Hoewel de grondverzetsregeling geen extra verplichtingen oplegt, is het belangrijk om na te gaan of Japanse duizendknoop aanwezig is vooraleer het grondverzet uit te voeren. Indien ze aanwezig is, moet je voorzorgsmaatregelen nemen tijdens de uitvoering van de grondwerken. Je moet voorkomen dat de plant zich verder kan verspreiden door het gebruik van de uitgegraven bodem op een andere plaats.  Bij goed ontwikkelde duizendknoophaarden is een bestrijdingsplan nodig. In zo’n plan moet men rekening houden met de terreinomstandigheden en een voldoende lange uitvoeringstermijn (minstens vijf jaar). Je kan planten afdekken, regelmatig maaien of uitgraven. Begrazing of behandeling met herbiciden zijn ook opties. Voor de behandeling van invasieve exoten is het zeer belangrijk om hervestiging te vermijden.

Heb je Japanse duizendknoop gespot? Geef dit dan zeker door via www.waarnemingen.be/exoten (wel eerst even registreren). Probeer zeker ook een foto te uploaden. Zo krijgen we een beter zicht op de verspreiding van deze plant. Lees meer over de Japanse duizendknoop en andere uitheemse soorten op:

 
Contact

OVAM - Klantenbeheer
015 284 458
grondverzet@ovam.be