Hoe staat het met het actieplan Biomassareststromen?

  • 18 december 2018

Het actieplan Duurzaam beheer van biomassa(rest)stromen 2015-2020 is opgebouwd rond vier hoofdstukken:

  1. De kringloop landbouw-voeding;
  2. De kringloop biomassa uit de open ruimte (natuur, bos, parken, bermen …);
  3. De kringloop houtafval van industrie en huishoudens;
  4. Bijdrage van biomassa aan de hernieuwbare energiedoelstellingen.

Diverse stakeholders voeren binnen die thema’s actieprogramma’s uit. Onlangs werd er een tussentijds rapport opgemaakt. De belangrijkste vaststellingen leest u hieronder.

1. De kringloop landbouw-voeding

In de strijd tegen voedselverliezen slagen de voedingsindustrie en supermarkten er steeds meer in om voedingsreststromen terug in te zetten voor humane consumptie. Omwille van de beperkte houdbaarheid van voedingswaren en de hoge logistieke kosten wordt ook ingezet op diervoeding en vergisting.

Vergistingsinstallaties zijn regionaal goed uitgebouwd in Vlaanderen. De aanhoudende hoge nutriëntendruk en de mestregelgeving hebben echter een impact op de keuzes die vergistingsinstallaties maken om hun eindproducten af te zetten of te verwerken (dunne fractie, dikke fractie, digestaat). Er zijn momenteel onvoldoende stimulansen om bodemverbeterende middelen af te zetten op Vlaamse bodem waardoor het humusgehalte in de bodem sterk daalt.
De mogelijke verontreinigingsgraad in eindproducten van compostering/vergisting, in het bijzonder de plasticfractie, blijft een belangrijk aandachtspunt voor de bredere acceptatie van deze producten door de afnemers. Zowel bij bedrijfsmatig als huishoudelijk organisch afval is ruimte voor verbetering.

2. De kringloop biomassa uit de open ruimte (natuur, bos, parken, bermen, …)

De strategie van deze kringloop legt de focus op stimuleren van samenwerking van terreinbeheerders. Het biomassahub-concept staat daarbij centraal. Veel projecten proberen dergelijke hubs uit te bouwen, maar blijven vaak steken in projectfase. Een belangrijke oorzaak is het gebrek aan structurele ondersteuning voor de basiswerking van deze hubs. Nochtans vormen deze hubs een belangrijk instrument om reststromen efficiënt te verwerken en om de doelstellingen voor groene warmteproductie te halen.

Innovatieve toepassingen van de beheerresten zitten nog steeds in onderzoeks- of demofase. Uitzondering is de inzet van beheerresten en compost in de potgrondindustrie als alternatief voor veen.
De handhaving en sensibilisering rond inzameling en verwerking van groenafval bij openbare besturen en tuinaannemers heeft bijgedragen tot een verhoogde selectieve inzameling van deze fractie.

3. De kringloop houtafval van industrie en huishoudens

De doelstelling om minstens 70% van de input voor spaanplaatproductie uit houtafval te winnen werd al in 2016 behaald. De Vlaamse spaanplaatindustrie is veruit de belangrijkste afnemer van recycleerbaar houtafval. Dit is enerzijds voordelig voor het biomassabeleid, maar anderzijds ook een bedreiging door de afhankelijkheid van één afnemer. Alternatieve recyclagepistes blijven momenteel achterwege.

Door het overaanbod aan houtafval wordt minder houtafval selectief ingezameld door bedrijven. Er wordt tot 22% houtafval teruggevonden in gemengd bedrijfsafval. Bij de huishoudens zien we daarentegen een sterke toename van selectief ingezameld houtafval.
De nieuwe initiatieven voor verbranding van houtafval kunnen volgens de prognoses leiden tot een tekort van ca. 1 mio ton houtafval in Vlaanderen na 2020.

4. Bijdrage van biomassa aan de hernieuwbare energiedoelstellingen.

De prognoses van het ontwerp Vlaams Energieplan 2021-2030 liggen grotendeels in lijn met de strategie van het Actieplan Biomassa(rest)stromen. Het ontwerp Vlaams Energieplan voorziet een duidelijke trend naar minder groene stroomproductie uit biomassa ten voordele van groene warmteproductie (lokale warmtenetten gevoed door lokale biomassa).
Voor 2030 gaat het ontwerpplan uit van 60 MWe capaciteit voor groene stroom uit vaste biomassa, wat overeenkomt met drie3 operationele biomassacentrales.
Groene warmte uit huishoudelijke toestellen (kachels) halveert tegen 2030.

Voor vergisting gaat het ontwerpplan uit van een stabiele productie tussen 2021 en 2030 en dus geen groei in de productiecapaciteit.


Klik hier voor meer info.