LIFE NARMENA - Grote Laak

De Grote Laak, een zijbeek van de Grote Nete, is verontreinigd met onder andere cadmium, arseen en radium. Ter hoogte van de monding van de Grote Laak in de Grote Nete zal er een niet-conventionele saneringstechniek worden uitgetest in het kader van LIFE NARMENA.

Zammelsbroek en Trichelbroek

De Grote Laak is een onbevaarbare waterloop die ontspringt in Leopoldsburg. Hij heeft een totale lengte van 29,7km en stroomt door de gemeenten Ham, Tessenderlo en Laakdal om daar uit te monden in de Grote Nete. Dit mondingsgebied valt samen met de natuurgebieden het Zammelsbroek en het Trichtelbroek, deel van de brede vallei van de Grote Nete. Deze vallei omvat gebieden binnen het Natura2000 habitatrichtlijngebied ‘Bovenloop van de Grote Nete met Zammels Broek, Langdonken en Goor’. Hierin staan behoud en herstel van de beekvallei centraal. Ook het Sigmaplan is hier actief om de natuurlijke dynamiek in de Grote Nete terug te verhogen. Hoewel er nog veel meanders aanwezig zijn die een belangrijke rol spelen als omgevingselementen, is een groot deel van de waterloop rechtgetrokken in het verleden.

Het golvend terrein bestaat uit een afwisseling van agrarische hooiland, gebied afgebakend met heggen, bomenrijen of grachten, bos en heide met in de depressies ven en moeras. Vooral de beekvalleien zijn biologisch zeer waardevol. Er komen onder andere vochtig wilgenstruweel voor op voedselrijke bodem, nitrofiel alluviaal elzenbos, rietvegetatie, elzenbroek en dotterbloemgrasland. Dit gebied is door de diversiteit aan vegetatietypes zeer aantrekkelijk voor heel wat vogelsoorten. 

De hoge waterstanden en regelmatig terugkerende overstromingen van de Grote Laak zorgen ervoor dat de overstromingsgebieden weinig toegankelijk zijn. Door deze verscheidenheid aan flora en fauna is dit gebied van groot ecologisch belang en moet de kwaliteit van de waterlopen die erdoor lopen gewaarborgd worden.

 

Grote Laak_ copyright Natuurpunt

© Vic Van Dyck, Natuurpunt

 

Verontreiniging in overstromingsgebied

De slechte oppervlaktewaterkwaliteit vertaalt zich in verontreiniging van de waterbodem. Dit is voornamelijk een gevolg van lozingen. Zowel lozingen van landbouw, als huishoudens, als van de industrie komen in de Grote Laak terecht. Tot aan de jaren '90 werd de Grote Laak zwaar belast door industriële lozingen van bepaalde metalen en chloriden. Nadien werden zowel het debiet als de belasting van de lozing sterk teruggedrongen.

Het deponeren van verontreinigd slib op de oevers bij ruimingswerken en de overstromingen zijn de belangrijkste oorzaken van verontreiniging van de aangrenzende bodems. De Grote Laak is erg neerslaggevoelig. Bij overvloedige neerslag treedt de beek buiten haar oevers en stroomt het water in de naastgelegen overstromingsgebieden. Dit gebeurt voornamelijk in het benedenstrooms gebied. 

LIFE NARMENA logo NL

 

nl/ en

Contact

Heb je een specifieke vraag of opmerking? Contacteer ons via: narmena@ovam.be

Saneringswerken en planning

Deelgebieden Grote LaakIdem als bij de Winterbeek, zullen we deze natuurgebaseerde sanering vergelijken met de conventionele technieken inzake effectiviteit en kost. Het is belangrijk dat er eerst een sanering komt in de stroomopwaarts gelegen gebieden  om te voorkomen dat het laatste deelgebied opnieuw verontreinigd wordt met slib van de bovenloop. LIFE Narmena plant een integrale vernatting als natuurgebaseerde saneringstechniek in het Zammelsbroek en Trichelbroek, twee natuurgebieden in het mondingsgebied. De nabijheid van het natuurwaardevol gebied speelt een cruciale rol in de keuze van dit type sanering.

De saneringswerken van alle deelgebieden zijn gepland voor 2020-2025. Het beschrijvend bodemonderzoek (BBO) is gefinaliseerd en het saneringsconcept, samen met de onderverdeling van de saneringswerken langs de waterloop, is reeds uitgewerkt.

Voor de afbakening van metalen in de bodem in de overstromingsgebieden werd gebruik gemaakt van een bijzondere techniek: dosistempometingen. Deze innovatieve methode kon toegepast worden omdat het lozingswater in het verleden niet enkel de metalen cadmium en arseen bevatte maar ook in mindere mate radium. De aanwezigheid van radium zorgt voor een lichte verhoging van de radiatie ten opzichte van de achtergrondradiatie. Door het in kaart brengen van deze verhoogde radiatie krijgen we een beeld van de verspreiding van de cadmium- en arseenvervuiling.

Een natuurlijke vernatting

Net zoals in de Winterbeek plannen we een vernatting met als doel de immobilisatie van de vervuiling. De vernatting van de vallei zal bovendien de natuurwaarde verhogen wat aansluit bij de  instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied.

De hoogste concentraties aan metalen situeren zich vrijwel uitsluitend in de oeverstroken langs weerszijden van de Grote Laak. Het deponeren van ruimingsslib op de oevers in het verleden wordt als belangrijkste oorzaak gezien. In principe gebeurde dit op een oeverstrook van 5m breed maar door landbewerking kan deze strook over een grotere breedte uitgespreid zijn. 

Afhankelijk van de huidige toestand van het grondwaterpeil zullen er maatregelen getroffen worden om het water vast te houden en op te stuwen in het overstromingsgebied. Dit zal een verandering brengen in de redox toestand van de ondergrond. Door reductieprocessen zullen sulfides gevormd worden die zich binden aan cadmium en arseen. De mobiliteit en biologische beschikbaarheid verminderen hierdoor sterk, waardoor de verontreiniging zich niet meer kan verspreiden en haast niet meer kan worden opgenomen door organismen. 

Momenteel onderwerpen we de twee gebieden aan een grondwater- en oppervlaktewater modellering. Zo kunnen we een goed beeld krijgen van welke zones wanneer onder water zullen staan.

 

Te verwachte resultaten

  • Een oppervlakte van 34,4 hectare met een verbeterde weerstand tegen overstromingen (zijnde het totaal van de drie pilootgebieden).
  • Een volume van 26.700.000 m³ verbeterde water kwaliteit (zijnde het totaal van de drie pilootgebieden).
  • Een toename van 165.000 m³ waterbergingscapaciteit (zijnde het totaal van de drie pilootgebieden).
  • Een afname in biologische beschikbaarheid van 50 tot 90% van cadmium en arseen in de (water)bodem.
  • Een afname van 50 tot 93% van cadmiumconcentraties in het oppervlaktewater.
  • Vermindering in CO2 uitstoot.
  • Verhoogde bescherming en verbetering van de biodiversiteit.