LIFE NARMENA - Winterbeek

De Winterbeek, een zijbeek van de Demer, is sterk verontreinigd met zware metalen en chloriden, door jarenlange industriële lozingen. Het mondingsgebied van de Winterbeek, in de regio Scherpenheuvel-Zichem, valt binnen het pilootproject van NARMENA. Hier voorzien we een ‘constructed wetland’. 

Achtergrond en beschrijving gebied

De Winterbeek, een onbevaarbare waterloop en zijrivier van de Demer, meandert over een lengte van 32 km van Beringen tot Scherpenheuvel-Zichem. Doorheen haar traject draagt de Winterbeek verschillende namen: Kleine Beek, Winterbeek, Zwart Water en De Hulpe waarna ze uitmondt in de Demer. NARMENA focust zich voornamelijk op het mondingsgebied, gesitueerd in de Kloosterbeemden en Demerbroeken.

 

deelgebied 4 Winterbeek NARMENA

Het valleigebied van de Winterbeek wordt gekenmerkt door zeer natte veengronden waar mineraalarm grondwater opwelt. Men vindt er nog zeldzame soorten zoals wateraardbei, waterdrieblad en veenmossen - kenmerkend voor voedselarme omstandigheden.

Meer stroomafwaarts, in de Demerbroeken, zijn er dan weer uitgestrekte rietmoerassen en natte ruigten waar tal van vogelsoorten komen broeden. De omliggende droge Diestiaanheuvels zijn dan weer een ideale groeiplaats voor blauwe bosbes, struikheide, dalkruid.

Door de afwisseling van droge en natte omstandigheden en de overgang van voedselarme naar voedselrijke milieus herbergt de vallei van de Winterbeek een grote variatie aan biotopen, elk met hun typische fauna en flora. De vallei is daarom van uitzonderlijk belang voor het natuurbehoud en de biodiversiteit in Vlaanderen. Grote delen van de vallei zijn aangeduid als natuurreservaat en genieten als Habitatrichtlijngebied zelfs bescherming op Europees niveau. Voorbeeld is het Natura2000 gebied de Demervallei. Het is dan niet verwonderlijk dat dit authentieke beeklandschap veel wandelaars en natuurliefhebbers aantrekt. Landbouw en bewoning in het valleigebied zijn beperkt aanwezig. De landbouwers ter plaatse hebben hun landbouwactiviteiten grotendeels afgestemd op de natte eigenschappen van het valleigebied.

Naast de belangrijke natuurfunctie van het gebied, dient de vallei ook als natuurlijk overstromingsgebied. De bergingscapaciteit van de natuurlijke overstromingszones in deze vallei heeft een regulerende werking op hoge afvoeren. Het behoud van de natuurlijke overstromingszones is essentieel om te voorkomen dat meer stroomafwaarts de kans op wateroverlast toeneemt. De structuurkwaliteit van de Winterbeek is zeer waardevol. Er zijn weinig 'menselijke' ingrepen. Zo kent de beek praktisch geen oeververdediging en een nog natuurlijke loop met veel meanders.

LIFE NARMENA logo NL

 

nl/ en

Contact

Heeft u het antwoord op uw vraag niet op onze website gevonden of wenst u ons te contacteren, dan kan u hiervoor ons altijd mailen: narmena@ovam.be

staalname waterbodem WinterbeekVerontreiniging

Uit onderzoek van de voorbije jaren bleek dat de Winterbeek over een traject van 17 km zwaar verontreinigd is met zware metalen en chloriden. Dit is het gevolg van vroegere industriële en huishoudelijke lozingen. De stoffen zijn meegevoerd door de stroming en hebben zich opgehoopt in de waterbodem. Ook de oevers van de beek zijn verontreinigd door het deponeren van ruimingsslib.  Ondertussen zijn de lozingen van de verontreinigende stoffen aanzienlijk verminderd. De historische verontreiniging in de waterbodem blijft echter mobiel en komt zo ook terecht in de overstromingsgebieden.

LIFE NARMENA focust hier op technieken om de zware metalen in het overstromingsgebied te saneren. In de Kloosterbeemden en Demerbroeken gaat dit over cadmium en arseen.

Saneringswerken en planning

De sanering van de Winterbeek loopt al enkele jaren en wordt uitgevoerd in 4 fasen. Voor elke fase is een deelgebied afgebakend. Deelgebieden 1 en 2 werden al gesaneerd. Deelgebied 3 is lopende.

Deelgebied 4 is het gebied van de Kloosterbeemden en Demerbroeken. Aangezien dit een waardevol natuurgebied is worden ingrijpende werken waarbij de vervuiling wordt afgegraven best zoveel mogelijk vermeden. Het is van belang eerst de sanering in de stroomopwaarts gelegen deelgebieden af te ronden vooraleer hier te starten. De timing van het LlFE NARMENA proefproject wordt hierop afgestemd.

Natuurlijke vernatting

In het mondingsgebied heeft de vervuiling zich in het natuurgebied verspreid via een zijloop, de Leigracht. Er zijn maatregelen gepland om het grondwater ter hoogte van de Leigracht te verhogen, zodat deze zone vrijwel permanent onder water staat. In de ondergrond zullen hierdoor reductieprocessen optreden waardoor er sulfides gevormd worden die zich binden aan de zware metalen. De mobiliteit en biologische beschikbaarheid verminderen hierdoor sterk, waardoor de verontreiniging zich niet meer kan verspreiden en haast niet meer kan worden opgenomen door organismen. Een mogelijk neveneffect van deze techniek is de ongewenste mobilisatie van sommige andere chemische elementen, zoals fosfor, in anaerobe omstandigheden. Dit wordt gemonitord in de eerste jaren na de aanleg van het drasland.

Een dergelijke vernatting zorgt voor een herstel van de natuurlijk biotoop in dit gebied. Vele typische habitats zullen zich zo ontwikkelen. Dit bevordert het natuurbehoud en biodiversiteit in dit gebied. 

Op dit ogenblik zijn conventionele saneringswerken stroomopwaarts aan de gang. Het oriënterend (OBO) en beschrijvend bodemonderzoek (BBO) zijn reeds opgesteld en de nulmonitoring staat in de steigers als input voor het bodemsaneringsproject (BSP). We definiëren momenteel nog de specifieke contour van de vernatting. Aangezien het grondwater een stuk lager ligt dan het maaiveld zullen ingrepen nodig zijn om het water op te stuwen en vast te houden. Aan de hand van hydrodynamische modellering wordt de invloed hiervan op het totale watersysteem voorspeld. De start van de werken is gepland in 2021.

 

Te verwachte resultaten

  • Een oppervlakte van 34,4 hectare met een verbeterde weerstand tegen overstromingen (zijnde het totaal van de drie pilootgebieden).
  • Een volume van 26.700.000 m³ verbeterde water kwaliteit (zijnde het totaal van de drie pilootgebieden).
  • Een toename van 165.000 m³ waterbergingscapaciteit (zijnde het totaal van de drie pilootgebieden).
  • Een afname in biologische beschikbaarheid van 50 tot 90% van cadmium, arseen en radium in de (water)bodem.
  • Een mogelijke afname van cadmium, arseen- en radiumconcentraties in het oppervlaktewater (In het huidig stadium van het project kan dit nog niet gekwantificeerd worden).
  • Vermindering in CO2 uitstoot.
  • Verhoogde bescherming en verbetering van de biodiversiteit.