Luiers en incontinentiemateriaal

De sorteeranalyse 2013 van het huishoudelijk restafval in Vlaanderen, geeft aan dat het restafval voor 12,01% bestaat uit de hygiënische fractie, met name luiers en incontinentiemateriaal wat neerkomt op gemiddeld 13,2 kg/inw/jaar. De immense afvalberg bij huishoudens maar ook in de zorgsector en kinderdagverblijven blijft een maatschappelijk probleem.

Verbranden van luiers en incontinentiemateriaal

Wegwerpluiers en andere hygiënische producten vormen nog altijd een grote fractie van het restafval van huishoudens, en worden dus verbrand. De OVAM is ervan overtuigd dat er heel wat milieuwinst te boeken valt bij het sluiten van de materialenkringloop van deze producten. We staan aan het begin van de transitie naar een circulair Vlaanderen, een transitie die de OVAM trekt. De tijd is rijp om de handen in elkaar te slaan met alle partners om deze belangrijke afvalstroom via een circulaire benadering aan te pakken.

De producenten van wegwerpluiers hebben interesse om samen te werken rond een ketenbenadering van deze productgroep. Er zijn de laatste tijd ook verschillende initiatieven rond de recyclage van wegwerpluiers ontstaan in Europa.

Sector ondertekent een collectief plan

Met dit collectief plan wil de OVAM in eerste instantie de uitdaging aangaan om samen te zoeken naar optimalisatiemogelijkheden in de hele materialenketen van wegwerpluiers. Kunnen we al vanaf het ontwerp rekening houden met de mogelijkheden om wegwerpluiers in de afvalfase te recycleren en te verwerken? Is de kwaliteit van de afzetstromen die daaruit voortkomen voldoende om afzet te garanderen? Kunnen we een match vinden tussen de kwaliteit van recyclaten en de kwaliteitseisen voor de grondstoffen van luiers en incontinentiemateriaal? Kunnen we er via het ontwerp voor zorgen dat uit het eindresultaat via selectieve inzameling en recyclage nieuwe verhandelbare materiaalstromen worden geproduceerd? Of kunnen we al vanaf de productiefase gerecycleerde materialen inzetten ter vervanging van nieuwe grondstoffen?

4 thema’s

Deze partners hebben het collectieve plan ondertekend:

  • de producenten van luiers en incontinentiemateriaal, vertegenwoordigd door EDANA;
  • de retailers, vertegenwoordigd door Comeos;
  • de recyclagebedrijven, vertegenwoordigd door Denuo;
  • het kennis- en innovatiecentrum van de textielindustrie, vertegenwoordigd door Centexbel;
  • de OVAM als regisseur.

Zij engageren zich om zich in te zetten en samen te werken rond deze vier thema’s:

  1. informatie en een bijdrage leveren aan de studieopdracht rond de ecodesign-mogelijkheden van de wegwerpluier en het engagement aangaan om eventueel het productdesign aan te passen in functie van de conclusies van de studie; 
  2. evoluties in recyclagetechnieken voor luiers opvolgen en indien succesvol, concrete acties uitwerken om eventueel in Vlaanderen in te zetten op de selectieve inzameling en recyclage tot hoogwaardige recyclageproducten;
  3. afhankelijk van het resultaat van de studie rond ecodesign-mogelijkheden specifieke materiaalcriteria opstellen voor de ‘duurzame luier’, die toelaten dat de Vlaamse overheidsinstellingen (zoals OCMW’s, stedelijke ziekenhuizen, kinderdagverblijven) bij hun aankoopcriteria rekening houden met ecodesign; en daarnaast de materiaalkringlopen zoveel mogelijk sluiten;
  4. gedurende de periode van dit collectieve plan innovatieve systemen en nieuwe businessmodellen uittesten, zodat ook de herbruikbare luiersystemen een nieuwe boost krijgen.

Kunnen we luiers meer circulair maken?

De OVAM stelde een studiebureau aan om samen met de producenten en andere belanghebbenden te zoeken naar een oplossing voor meer circulair materiaalgebruik in de productie van luiers en incontinentiemateriaal. Aangezien deze stroom in de toekomst, onder meer door de vergrijzing van de bevolking, nog sterk zal toenemen heeft de OVAM samen met de ketenpartners in 2017 een onderzoek gestart.

Het resultaat van deze studie kunt u in de rechterkolom terugvinden. Vanwege de internationele context bestaat er van deze studie een Nederlandstalige en een Engesltalige versie. / An English version of this study is available on the right side of the page.

Einde-afvalcriteria voor materialen gewonnen uit luierrecyclage

Internationale inspiratie en samenwerking

De einde-afvalcriteria werden uitgewerkt volgens de Europese methodologie. Ze werden vastgelegd op vier niveaus:

  •     de inputzijde
  •     het recyclageproces
  •     de hygiëne-eisen voor de outputstromen (vnl. pathogenen en medicijnresten)
  •     de toepassingsmogelijkheden

Vertrekbasis waren het RIVM-beleidskader van Nederland en de einde-afvalcriteria voor luierrecyclage van Italië. Het doel was om een EoW-wetgeving op te stellen die rekening houdt met de specifieke medicijnenconsumptie in Vlaanderen en met de bottlenecks in de Nederlandse en Italiaanse wetgeving. De wetgeving moet ook onafhankelijk zijn van de verwerkingstechnologie en moet een hoogwaardige afzet van de materialen beogen.
De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de OVAM. De hele ketenwerkgroep luiers, inclusief het Nederlandse Rijkswaterstaat en de RIVM, fungeerde als klankbordgroep.

Boven op andere wetgeving

De criteria uit deze studie komen boven op de productnormering, REACH en andere wetgeving die van kracht is voor het gebruik van materialen in de productie van nieuwe producten. Dat wil zeggen dat de materialen, zodra ze voldoen aan de EoW-criteria vermeld in het rapport, ook zullen moeten voldoen aan de geldende productwetgeving (federale bevoegdheid, maar vooral Europees bepaald via verordeningen).

Bijvoorbeeld als de plastics worden ingezet om een tuinbank te maken, zal de productwetgeving minder streng zijn dan als er babyspeelgoed of een voedingsverpakking mee gemaakt zal worden. Deze productwetgeving komt dus boven op onze EoW-criteria, maar valt volledig buiten onze bevoegdheid. Dat is zo bij elke grondstofverklaring die de OVAM aflevert.

Vervolgtraject

VITO zal nu de analytische tests, ook het analytisch kader genoemd, voor de EoW-criteria uitwerken. Recyclers zullen dit analytisch kader gebruiken om aan te tonen dat hun materiaalstromen conform de EoW-criteria zijn. Later dit jaar vindt er een praktijktoets plaats bij twee recyclageplants. Als de test een succes is, worden de EoW-criteria en het analytisch kader omgezet in Vlaamse wetgeving (VLAREMA 9). Dat zal ook duidelijkheid verschaffen voor komende investeringen in de luierrecyclage in Vlaanderen.

Meer info kunt u vinden in het finale rapport over luierrecyclage, rechts op deze pagina (bij Publicaties).

artefact

 

Contact

Team Lokaal Materialenbeheer
015 284 364

info@ovam.be