Rapport brengt klimaatimpact van (ver)bouwen in kaart

  • 20 april 2020

Te vaak wordt de impact van (ge)bouwen en wonen gelijkgesteld aan de broeikasgasemissies die ontstaan bij het verwarmen van gebouwen. Dat is om twee redenen te eenzijdig. Ten eerste moet ook de impact van de gekozen materialen op landgebruik, fijn stof, humane toxiciteit, aquatische ecotoxiciteit … meegerekend worden. Ten tweede is de focus op de gebruiksfase (voornamelijk verwarming) te beperkend. Ook de productie, het transport, het bouwen zelf, het onderhoud en het ‘eindeleven’ (end-of-life) van de materialen moeten opgenomen worden in de cijfers. Alle stappen in de kringloop dus.

CO2-eq vergelijken met totale milieu-impact

In opdracht van de OVAM evalueerde het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) verschillende renovatie- en nieuwbouwscenario’s voor een referentieperiode van dertig jaar. De scenario’s variëren in E-peil, isolatie, materiaalkeuzes, installaties (ventilatie, warm water, zonnepanelen …) enzovoort. De emissies CO2-eq werden vergeleken met de totale milieu-impact. De totale milieu-impact is de som van de impact op alle indicatoren (inclusief broeikasgasemissies), in alle stappen van de kringloop.

Materiaalkeuze bepaalt milieuwinst bij energiezuinig bouwen

Uit de renovatiescenario’s bleek dat een lager E-peil meestal gepaard gaat met een lagere totale milieu-impact. Toch zijn er voor een welbepaald E-peil grote verschillen in de totale milieu-impact. Die verschillen kunnen bijvoorbeeld aan (de materialen in) zonnepanelen te wijten zijn, of aan de vervanging van materialen die niet rechtstreeks aan de energie-efficiëntie van de woning bijdragen. Dat betekent dat een gerenoveerde woning met een laag E-peil een hogere totale milieu-impact kan hebben dan een woning met een minder goed E-peil.

De resultaten van de verschillende nieuwbouwscenario’s verschilden veel minder van elkaar. Bij nieuwbouw wordt de materiaalkeuze – relatief gezien – belangrijker.

Onderzoeksscope is bepalend

Tot slot bleek dat de impact van materialen meer doorweegt als de totale milieu-impact berekend wordt dan als enkel CO2-eq-emissies berekend worden. De keuze van de indicatoren heeft dus een aanzienlijk effect op de onderzoeksresultaten.

Voorbeeldscenario: renovatie halfopen bebouwing

CO2 emmisions in 2050 environmentalcost (TOTEM) in 2050

Emissies CO2-eq en totale milieu-impact van 6 renovatiescenario’s van dezelfde open bebouwing

De twee figuren tonen respectievelijk de CO2-emissies en de totale milieu-impact van zes renovatiescenario’s van dezelfde open bebouwing: status quo (geen renovatiemaatregelen), minimale renovatie, renovatie tot E-peil E60 (focus op isolatie), renovatie tot E60 (focus op efficiënte installaties), renovatie tot E30-peil (inclusief gascondensatieketel), renovatie tot E30 (inclusief warmtepomp).

De figuur illustreert dat er verschillende manieren zijn om de totale milieu-impact zo laag mogelijk te houden. De focus moet wellicht verlegd worden van het laagst mogelijke E-peil naar een combinatie van energie- en materiaalgerelateerde keuzes. Het optimum ligt dus wellicht tussen maatregelen die het E-peil bevorderen en maatregelen die de impact te wijten aan materialen inperken.

Meer info

Lees hier het rapport The impact of materials needed for renovation and new housing (Delem L., Janssen A., Vrijders J. & Wastiels L.).