Rechtstreekse verbranding

Dierencrematoria

Overleden gezelschapsdieren, volgens Verordening 1069/2009 als categorie 1-materiaal gecatalogeerd, kunnen rechtstreeks verbrand worden in een dierencrematorium.

Een dierencrematorium moet beschikken over een VLAREM-vergunning (rubriek 2.3.4.1.i) en een erkenning in het kader van de Verordeningen 1069/2009 en 142/2011.

Tot voor de VLAREM wijziging van 3 mei 2019 (gepubliceerd 1 oktober 2019) mochten er in een dierencrematorium enkel overleden gezelschapsdieren gecremeerd worden. Na deze VLAREM wijziging wordt het echter ook toegelaten andere dieren dan gezelschapsdieren (vb. paarden, kleine landbouwhuisdieren …) te cremeren.
De enige beperkingen zijn dat:

  • de dieren in zijn geheel in de cremator moeten ingebracht kunnen worden;
  • de kosten voor ophalen en cremeren niet kunnen verhaald worden op de Vlaamse overheid.

Vlaanderen beschikt over een goed uitgebouwd inzamel- en verwerkingsnetwerk voor dode landbouwhuisdieren, dat deels door Vlaanderen wordt gefinancierd. Dit blijft het eerstelijns inzamelsysteem voor dode landbouwhuisdieren. Het circuit van de dierencrematoria is voorbehouden voor particuliere eigenaars van landbouwhuisdieren.

Dekentjes, knuffels, speelgoedjes en dergelijke mogen niet mee verbrand worden.

Soms worden de assen die overblijven na crematie meegenomen door de eigenaars van het overleden dier. Dit is afhankelijk van het crematorium. 

Zie ook: Erkenningen dierlijke bijproducten

Huisvuilverbrandingsinstallaties

In het verleden werd het 'rechtstreeks verbranden van dierlijk afval' opgenomen in de vergunningen van een aantal huisvuilverbrandingsinstallaties in Vlaanderen. Deze installaties hebben hiervoor geen specifieke rubriek, omdat deze in het verleden niet voorhanden was.

In de huidige VLAREM is hiervoor wel een rubriek voorzien, namelijk rubriek 2.3.4.1.l.
Als de verbrandingsinstallatie aangeeft dierlijk afval te willen verbranden bij calamiteiten of in andere uitzonderlijke gevallen, wordt deze rubriek opgenomen bij de hervergunning.

Het is echter niet de bedoeling dierlijk afval richting dergelijke installaties te sturen. Volgens het geldende Vlaamse afval- en materialenbeleid, geniet verwerking tot eindproducten richting materiaalrecyclage de voorkeur.