Richtlijnen voor bodemsaneringsdeskundigen oude nieuwsberichten

2017-04

Hoe omgaan met gebruiksadviezen, aandachtspunten bij het indienen van rapporten, Wijzigingen in het webloket van Mistral – vlottere uitwisseling van digitale informatie, Code van Goede Praktijk voor de gemotiveerde verklaring geactualiseerd! Bodemsaneringswerken enkel nog volgens Achilles zorgsysteem, Wist je dat...

1. Hoe omgaan met gebruiksadviezen?

De OVAM stelt vast dat de uitvoering van de bepalingen rond de gebruiksadviezen voor verbetering vatbaar is. Het is namelijk cruciaal dat heldere informatie kan worden opgenomen in het bodemattest zodat de verwerver van een grond terdege wordt gesensibiliseerd en bewust gemaakt van de mogelijke impact van de bodemverontreiniging.

Beschrijvend bodemonderzoek en eindevaluatie-onderzoek

De verplichtingen zijn opgenomen in de standaardprocedure ‘Beschrijvend bodemonderzoek’ en de standaardprocedure ‘Bodemsaneringswerken, Eindevaluatieonderzoek en Nazorg’. Gebruiksadviezen dienen door de bodemsaneringsdeskundige te worden geformuleerd in het beschrijvend bodemonderzoek en het eindevaluatie-onderzoek. Er is sprake van bodemverontreiniging van zodra de richtwaarde is overschreden. Gebruiksadviezen geven informatie over het mogelijke gebruik van een grond maar houden geen directe verplichtingen in zoals dat bij gebruiksbeperkingen het geval is. Gebruiksadviezen mogen niet gebruikt worden om bodemsanering te vermijden. Bij een verontreiniging waar een effectief risico optreedt bij een potentieel gebruik, zal bodemsanering nog steeds noodzakelijk zijn.

Codes en standaardzinnen

In een tabel van de standaardprocedure worden de mogelijke gebruiksadviezen met codes aangegeven. Deze tabel dient door de bodemsaneringsdeskundige te worden overgenomen in het rapport. De deskundige kan eenvoudig een gebruiksadvies toekennen aan een bepaald terrein door het gebruik van de vermelde codes die van toepassing zijn voor de grond en de verontreiniging. De tabel heeft een knipperlichtfunctie en heeft als doel het signaal te geven dat er mogelijk risico’s, impact, acties zijn ten gevolge van de aanwezigheid van een (rest)verontreiniging op een grond. In het rapport kan uitgebreid toelichting worden gegeven bij de gebruiksadviezen.

Bodemattest

De informatie die op het niveau van het kadastraal perceel wordt opgenomen in Mistral, moet echter summier zijn en heeft een signaalfunctie op het bodemattest. Dit betekent dat de bodemsaneringsdeskundige rechtstreeks verantwoordelijk is voor de informatie die op het bodemattest wordt opgenomen. In de onderstaande tabel wordt daarom een voorstel gedaan voor de tekst van het gebruiksadvies in Mistral. Het is aan te raden om deze standaardzinnen zoveel als mogelijk te hanteren. Indien meerdere subcodes, bvb. zowel GA1a alsook GA1b, voorkomen, kan gebruik worden gemaakt van de tekst bij de overkoepelende code GA1. In Mistral wordt zowel de code als het tekst van het gebruiksadvies ingevoerd. 

Tabel codes bodemattest

Voorlopig worden de gebruiksadviezen nog opgenomen als bijlage van het bodemattest. Er wordt door de OVAM gewerkt aan een systeem om de gebruiksadviezen, zoals die door de bodemsaneringsdeskundige worden ingegeven in Mistral, rechtstreeks op te nemen in de inhoud van de bodemattesten. Dit sluit aan bij de verhoogde verantwoordelijkheid die we toekennen aan de bodemsaneringsdeskundigen. Ook zal er in het webloket van Mistral een keuzelijst worden ingebouwd met de mogelijke gebruiksadviezen zodat in de toekomst deze niet meer handmatig moeten ingevuld worden door de bodemsaneringsdeskundige.

Vanaf 1 oktober 2017 zal de OVAM strenger toezien op een goed gebruik van de gebruiksadviezen door de bodemsaneringsdeskundigen. De komende maanden wordt het systeem nog geëvalueerd. Indien nodig zal de OVAM in het najaar een studiedag organiseren om de aanwending van gebruiksadviezen te optimaliseren.

2. Aandachtspunten bij het indienen van rapporten

Aan de administratieve controle worden sinds een jaar strengere beoordelingen gekoppeld. Zo wordt er een onderscheid gemaakt tussen grote, middelgrote en kleine fouten. Vanaf 1 september zullen ook sneller rapporten afgekeurd worden als er zware fouten worden gemaakt.

Meer info

Voor meer informatie en een gedetailleerd overzicht kan u ook terecht bij standaardbeoordeling@ovam.be.

3. Wijzigingen in het webloket van Mistral – vlottere uitwisseling van digitale informatie

Op 1 april werd een nieuwe versie van het webloket voor bodemsaneringsdeskundigen in gebruik genomen. Digitale informatie wordt nu vlotter ter beschikking gesteld.

Volgende aanpassingen voor het aanvragen van digitale gegevens van een opdracht werden doorgevoerd:

  • Wanneer u zoekt op dossiers en opdrachten, kan u in de resultatenlijst van opdrachten meteen ook zien of de PDF, XML en GIS van deze opdracht al dan niet digitaal beschikbaar is op de OVAM.
  • Op die manier weet u op voorhand of het zinvol is om een aanvraag voor digitale info aan te maken voor een opdracht.
  • Wanneer het PDF-icoontje oranje gekleurd is, betekent dit dat de PDF van de opdracht ter beschikking gesteld kan worden na het inscannen van het rapport. Dit betekent dat bij de aanvraag de digitale gegevens niet meteen ter beschikking gesteld kunnen worden, maar dat gewacht moet worden tot het rapport is ingescand.
  • Wanneer u daarentegen een aanvraag voor digitale gegevens naar de OVAM doorstuurt en enkel gegevens aanvraagt die al digitaal beschikbaar zijn (groen icoontje), dan zal deze aanvraag snel ter beschikking gesteld worden.
  • Voor u de aanvraag voor digitale gegevens kan doorsturen naar de OVAM, moet u per opdracht aanvinken welke gegevens u wilt opvragen. U bent dus niet meer verplicht om van alle geselecteerde opdrachten dezelfde gewenste gegevens aan te duiden.
  • Voor elke opdracht kunnen ook de documenten opgevraagd worden. Wanneer u dit vinkje aanduidt, zal u de verstuurde brieven gekoppeld aan deze opdracht of aan het dossier verkrijgen. Enkel de verstuurde brieven die reeds digitaal beschikbaar zijn in Mistral, worden hierbij ter beschikking gesteld. Wanneer er geen briefwisseling digitaal aanwezig is in Mistral, zal u geen documenten ontvangen. Het blauwe icoontje bij 'Document' geeft dus geen garantie dat u in alle gevallen ook effectief briefwisseling zal terugvinden in uw aanvraag.
  • Tussentijds kan u de aanvraag ook opslaan. De aanvraag blijft dan staan in uw lijst met 'Aanvragen opdrachten' en heeft de status 'In opmaak'. Wanneer u later beslist om de aanvraag door te sturen naar de OVAM, krijgt deze de status 'Doorgestuurd naar de OVAM'.
  • Wanneer de OVAM de digitale gegevens beschikbaar heeft gesteld, wordt u daarvan nog steeds via e-mail op de hoogte gebracht.
  • PDF-bestanden worden nog steeds tegen betaling ter beschikking gesteld. XML, GIS en de documenten van een opdracht kan u gratis verkrijgen.


Factuur

Maandelijks wordt een factuur verstuurd voor de gevraagde PDF-bestanden.

In de aanvraag kan u de verklaring 'De aanvrager verklaart dat deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden die de OVAM stelt om de PDF-bestanden van deze aanvraag kosteloos te verkrijgen.' aanvinken. Vink deze verklaring aan als u in overleg met de OVAM een aanvraag kosteloos mag indienen. Vul in dat geval ook zeker het veld 'Bestelbonnummer of referte' in zodat de OVAM kan nagaan of de aanvraag terecht gratis kan verkregen worden.
Als u aangeeft dat de PDF-bestanden van een aanvraag kosteloos kunnen verkregen worden, zal u na akkoord van de OVAM voor deze aanvraag geen factuur ontvangen.

4. Code van Goede Praktijk voor de gemotiveerde verklaring geactualiseerd!

''De Code van Goede Praktijk schrappen risicogrond' werd op basis van praktijkervaring van gemeenten, bodemsaneringsdeskundigen en de OVAM geactualiseerd. Naast de optimalisatie van de beoordelingsprocedure wordt er een standaardstructuur vooropgesteld. Er is ook een verklarende checklist toegevoegd. Deze checklist biedt zowel voor de opmaak, als voor de beoordeling van de gemotiveerde verklaringen een duidelijke leidraad .

De gemotiveerde verklaring wordt rechtstreeks aan de gemeente bezorgd. Enkel op expliciet verzoek van de gemeente zal de OVAM de inhoudelijke beoordeling op zich nemen. Belangrijk hierbij is dat de gemeente eerst moet bevestigen dat ze niet over tegenstrijdige informatie beschikt. De OVAM neemt een standpunt in op basis van de informatie opgenomen in de gemotiveerde verklaring.

Meer info

link www.ovam.be/datakwaliteit-gemeentelijke-inventaris.

Voor specifieke vragen over de verschillende aspecten van de beoordeling kan u terecht bij inventarisatie@ovam.be.

5. Bodemsaneringswerken enkel nog volgens Achilles zorgsysteem

Sinds 1 mei 2017 kan de bodemsaneerder nog uitsluitend werken volgens het Achilles zorgsysteem.

Dit betekent dat elke bodemsaneerder ten minste een positieve evaluatie van zijn hoofdkantoor moet kunnen voorleggen.

Saneringsplichtigen kunnen nog steeds hun werken in eigen beheer uitvoeren voor zover ze het Achilles zorgsysteem toepassen. Zij moeten daarbij ook ten minste een positieve evaluatie van hun hoofdkantoor kunnen voorleggen. Bijkomend moet hun toegepaste techniek worden geëvalueerd aan de hand van een werfaudit.

Als er in het bodemsaneringsproject geen bodemsaneerder is voorzien (bijvoorbeeld in het geval van monitoring,…) kan men bij het indienen van het kwaliteitsplan “Bodemsaneerder – niet van toepassing” (klantnummer: 11075581) invullen.

Vul bij elk kwaliteitsplan één van volgende certificatie-instellingen met als rol “certificatie-instelling Achilles en als hoedanigheid 'Certificatie-instelling' in (verplicht veld):

  • BCCA (klantnummer: 772605).
  • Vinçotte nv (klantnummer: 772491).
  • Certificatie-instelling – niet van toepassing (bijvoorbeeld in het geval van monitoring,…)(klantnummer 11203428).

Planningen van bodemsaneringswerken worden regelmatig gewijzigd tijdens de loop van de werken. Bezorg ons updates van de planningen via kwaliteitsborging@ovam.be.

Meer info: www.ovam.be/achilles

6. Wist je dat...

Bodemattest

Vanaf 1 juni 2017 is de prijs voor het aanvragen van bodemattesten gewijzigd. Vanaf dan betaalt u 52 euro voor een bodemattest voor een kadastraal perceel en 209 euro voor een deel van een perceel. Het schriftelijk aanvraagformulier werd ook geactualiseerd. Meer info vindt u op http://www.ovam.be/bodemattest-schriftelijk-aanvragen.

Meldingsformulier

Sinds 1 juni 2017 hanteren we een nieuw meldingsformulier voor sluiting van een risico-inrichting. Het geactualiseerde formulier vindt u op http://www.ovam.be/sluiting.

Enkel bodemattest na beoordeling

Wist je dat de OVAM steeds op zoek is naar meer efficiëntie in de werkmethoden? In het kader hiervan worden geen conformiteitsattesten meer gestuurd na de conformverklaring van oriënterende bodemonderzoeken zonder verdere maatregelen. In eerste instantie wordt dit in een proefperiode enkel toegepast bij onderzoeken die standaard beoordeeld worden.

2017-03

OVAM schakelt een versnelling hoger voor periodieke en beschrijvende bodemonderzoeken!

Vlaanderen wil dat alle historisch verontreinigde gronden tegen 2036 gesaneerd zijn of op zijn minst in saneringsfase zitten. Dat betekent dat bodemonderzoeken en -saneringen in een stroomversnelling moeten raken.

Periodieke onderzoeksplicht

Via het inventarisatieproject, waarbij gegevens over risico-activiteiten worden uitgewisseld met alle Vlaamse gemeenten, krijgt de OVAM meer en meer zicht op de risicogronden in Vlaanderen. Aan de hand van deze informatie heeft de OVAM een duidelijker beeld op de uitvoering van de onderzoeksplicht.

Uit onze informatie blijkt dat nog veel bedrijven niet voldaan hebben aan de eerste periodieke onderzoeksplicht. Daarom mobiliseert de OVAM exploitanten die een periodiek onderzoek moeten uitvoeren.

Om ervoor te zorgen dat deze exploitanten zich in regel stellen, zal de OVAM daarom hen aanschrijven om een OBO te laten opmaken De eerste focus ligt op de ondernemingen met activiteiten met de grootste kans op mogelijke bodemverontreiniging. Meer informatie op www.ovam.be/periodiekeplicht

Daarnaast zal de OVAM voor risicogronden waarop geen periodieke onderzoeksplicht rust, vorm geven aan een doelgroepgerichte aanpak voor particulieren (via bv. woonzones), lokale besturen, publieke instellingen (via huissaneerderschap) en bedrijven (door een sectorgerichte aanpak).

Beschrijvende bodemonderzoeken

Een tweede onderdeel betreft de oriënterende bodemonderzoeken waarvoor nog een beschrijvend bodemonderzoek dient opgemaakt te worden.

In deze dossiers zal de saneringsplichtige worden aangemaand om de vervolgstap uit te voeren. Is betrokkene van mening dat hij de vervolgstap niet moet uitvoeren omdat hij niet de exploitant, gebruiker of eigenaar van de grond is, dan kan hij de nodige bewijsstukken aan de OVAM bezorgen. Meent hij dat hij onschuldig bezitter/exploitant is, dan dient hij zijn standpunt binnen de 90 dagen na ontvangst van de aanmaning aan de OVAM te bezorgen.

Werd er in het verleden reeds een aanmaning verstuurd en werd het beschrijvend bodemonderzoek niet ingediend, dan zal de saneringsplichtige herinnerd worden om zijn rapport in te dienen.

Het is dus mogelijk dat u als bodemdeskundige in dat kader zal gecontacteerd door de saneringsplichtige. Bodemonderzoeken die u aan de OVAM bezorgt, moeten voldoen aan de meest recente standaardprocedures. Dit houdt in dat onder meer de metingen en administratieve gegevens actueel moeten zijn.

Procedure gemotiveerde verklaring risicogrond geoptimaliseerd

 

134.000 risicopercelen uit 304 gemeentelijke inventarissen . Dat is het voorlopige resultaat van de intensieve informatie-uitwisseling tussen Vlaamse steden en gemeenten en de OVAM.

Onterecht risicogrond

Als de eigenaar of exploitant van mening is dat een kadastraal perceel onterecht is opgenomen als risicogrond, bezorgt hij de bewijsstukken aan de gemeente om het tegendeel aan te tonen. Soms kan de gemeente echter geen uitspraak doen op basis van de beschikbare administratieve informatie. In dat geval moet de betrokkene een gemotiveerde verklaring door een bodemsanerings-deskundige laten opstellen. Hiervoor bestaat een Code van Goede Praktijk.

Wijzigen procedure gemotiveerde verklaring

De huidige procedure voor de beoordeling van deze verklaringen blijkt in de praktijk niet steeds duidelijk. Gemeenten gaan hier, naargelang de expertise en werklast van de milieudienst, verschillend mee om. OVAM optimaliseert deze nu.

De gemeente blijft de eindverantwoordelijke van haar gemeentelijke inventaris. Ze dient altijd te bevestigen of alle beschikbare informatie is meegenomen in de gemotiveerde verklaring. Zo vermijden we dat vaststellingen elkaar tegenspreken. Daarom stuurt de deskundige de gemotiveerde verklaring vanaf 1 april 2017 rechtstreeks naar de gemeente. Bij akkoord kan de betreffende gemeente deze informatie aanpassen en doorgeven aan de OVAM. Indien nodig levert de OVAM een correctie-attest af.

Enkel op expliciet verzoek van de gemeente zal de OVAM de inhoudelijke beoordeling op zich nemen. De OVAM neemt hierbij een standpunt in op basis van de gemotiveerde verklaring van de deskundige.

Belangrijk is dat de uitspraak over een risicoperceel steeds op perceelsniveau gebeurt. Een risicogrond kan bestaan uit meerdere percelen. Als de activiteiten zich op meerdere percelen situeren, bekijkt men de onderzoeksplicht in principe telkens per perceel. In de praktijk zijn echter niet alle risico-inrichtingen duidelijk toe te wijzen aan 1 perceel. Uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen, behoren andere inrichtingen veeleer tot de milieutechnische eenheid gesitueerd over de verschillende percelen.

Bij een exploitatieonderzoek moeten steeds de lozingspunten en andere potentiële verontreinigingsbronnen, die buiten de onderzoekslocatie gesitueerd, maar verbonden zijn aan de exploitatie, onderzocht worden. Dit geldt ook voor bodemonderzoeken voor overdracht door de exploitant of zijn rechtsvoorganger.

De Code van Goede Praktijk wordt op korte termijn geactualiseerd en aangevuld met praktijkvoorbeelden. Meer details vindt u op www.ovam.be/datakwaliteit-gemeentelijke-inventaris.

Wijziging adviesinstanties bij indiening bodemsaneringsproject

Als het bodemsaneringsproject de exploitatie van vergunningsplichtige ingedeelde inrichtingen omvat, vraagt de OVAM enerzijds advies aan het College van Burgemeester en Schepenen van de betreffende gemeente en anderzijds aan de adviesinstanties vermeld in artikel 37 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Ook deze verwijzing naar artikel 37 heeft zijn gevolgen voor de standaardprocedure bodemsaneringsproject. In tabel 18 van deze standaardprocedure worden de adviesinstanties opgenomen.

Onder de aanleiding “Omgevingsvergunning (exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit)” moet de Vlaamse overheid, afdelingen van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed (RWO), die bevoegd zijn voor de omgevingsvergunning, niet langer worden aangeschreven. De OVAM schrijft de Vlaamse overheid, afdeling van het departement LNE, bevoegd voor de omgevingsvergunning, aan via de Gewestelijke omgevingsambtenaar, geadresseerd op de afdeling milieuvergunning van LNE. De bijlage 2 bij deze standaardprocedure “Bodemsaneringstechnieken en omgevingsvergunningsrubrieken” moet men dus ook in die zin lezen.

We herhalen nog even dat in tabel 18 van de standaardprocedure bodemsaneringsproject(link) bij de aanleiding “Omgevingsvergunning (stedenbouwkundige handelingen)” de instantie “gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar” moet worden gelezen als “gewestelijke omgevingsambtenaar”. De OVAM vraagt in dergelijke gevallen advies aan de Gewestelijke omgevingsambtenaar, geadresseerd op het Departement Ruimte Vlaanderen.

Richtlijn schadegevallen en evaluatierapport gewijzigd!

Zoals al aangekondigd in de richtlijnen bodemsaneringsdeskundigen van 17 januari 2107 zijn er enkele wijzigingen gebeurd in de 'richtlijn schadegevallen en evaluatierapport'. Deze richtlijn is op 23 februari 2017 in werking getreden.

Een van de aandachtspunten is dat de bodemsaneringsdeskundige erop moet toezien dat de bevoegde overheid de bodemverontreiniging kwalificeert als ontstaan door een schadegeval en ook aanvaardt dat de schadegevallenprocedure, zoals vermeld in artikel 74 tot en met 82 van het Bodemdecreet, van toepassing is. Die beslissing van de bevoegde overheid veruitwendigd zich in een besluit dat aan de saneringsplichtige wordt bezorgd en waarin maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging worden opgelegd.

Dat besluit van de bevoegde overheid geldt als meldingsakte of omgevingsvergunning. Het is dan ook noodzakelijk dat de bodemsaneringsdeskundige erop toeziet dat het afgeleverde besluit overeenstemt met de effectief uit te voeren meldings-of vergunningsplichtige maatregelen. Indien nodig vraagt u tijdig aan de bevoegde overheid om een aangepast besluit te bezorgen.

Na afronding van de maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging bij schadegevallen moet de deskundige zo spoedig mogelijk een evaluatierapport aan de bevoegde overheid en de OVAM bezorgen. Het evaluatierapport vormt namelijk het bewijs dat de noodzakelijke maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging binnen de honderdtachtig dagen werden uitgevoerd.

De OVAM verzoekt u hierbij om het evaluatierapport ten laatste dertig dagen na het verstrijken van de termijn van honderdtachtig dagen, ter behandeling van het schadegeval, aan de bevoegde overheid en de OVAM te bezorgen.

Wanneer de OVAM van oordeel is dat een redelijke termijn voor het indienen van het evaluatierapport verstreken is, kan immers gesteld worden dat er geen bewijs is dat er maatregelen in het kader van de schadegevallenprocedure werden uitgevoerd, noch dat die binnen de wettelijke termijn van honderdtachtig dagen werden uitgevoerd. De OVAM kan volgens die redenering niet anders dan de persoon in kwestie, overeenkomstig artikel 9 en 11 van het Bodemdecreet, te wijzen op zijn zelfstandige saneringsplicht. Verdere maatregelen binnen de schadegevallenprocedure zouden dan niet meer uitgevoerd kunnen worden en een evaluatierapport zou dan niet meer ingediend moeten worden.

Als u vaststelt dat deze termijn voor een bepaald dossier niet haalbaar is, dan verzoeken wij u ten stelligste om de gemeente en de OVAM hierover tijdig in te lichten.

Wij willen hiermee vermijden dat de gemeente of de OVAM steeds zelf contact moet opnemen met de bodemsaneringsdeskundige om een stand van zaken op te vragen. Dit na het verstrijken van de termijn van 180 dagen ter behandeling van de bodemverontreiniging ingevolge het schadegeval.

Meer informatie https://www.ovam.be/bodemsaneringsdeskundigen-en-schadegevallen

1,4-dioxaan: verdachte parameter bij verontreiniging met trichloorethaan

Het is al lang bekend dat aan oplosmiddelen die industrieel worden gebruikt voor het ontvetten of het afwerken van metalen of textielreiniging, stabiliserende stoffen worden toegevoegd om hun werking te verbeteren. Vele van deze toeslagstoffen komen in zeer lage volumegehalten voor. 1,4-dioxaan werd echter aan 1,1,1-trichloorethaan (1,1,1-TCA) toegevoegd in volumefracties van 2 tot 8%. Bovendien is 1,4-dioxaan mobiel en goed oplosbaar in water, moeilijk biodegradeerbaar, en geklasseerd als mogelijk humaan carcinogeen door WHO en US EPA.

Daarom heeft de OVAM een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar de aanwezigheid van 1,4-dioxaan op een 16-tal sites met een gekende 1,1,1,-TCA verontreiniging in het grondwater. Deze meetcampagne werd uitgevoerd door Witteveen + Bos en MAVA. Op 13 van de 16 sites werd 1,4-dioxaan teruggevonden in concentraties boven de toetsingswaarde in grondwater van 50 µg/l. Op verschillende sites werden concentraties boven de 1000 µg/l gemeten. Raadpleeg (LINK) voor de toetsingswaarden.

Aan de hand van de meetgegevens werden volgende voorlopige conclusies getrokken:

  • de pluim van 1,4-dioxaan in het grondwater verspreidt zich op een grotere afstand van de bronzone dan de grondwaterpluim van de gechloreerde ethanen, als gevolg van de grotere mobiliteit en afwezigheid van natuurlijke afbraak;
  • de pluim van 1,4-dioxaan verspreidt zich meer oppervlakkig in de aquifer dan de gechloreerde ethanen, onder meer door het lagere soortelijke gewicht.

Momenteel worden op enkele sites aanvullende metingen uitgevoerd om het gedrag van de 1,4-dioxaanpluim verder te onderzoeken. Zodra de resultaten van deze metingen bekend zijn, zal het rapport van de studie worden gepubliceerd.

Deze resultaten bevestigen de noodzaak om ook 1,4-dioxaan als verdachte stof te onderzoeken wanneer 1,1,1-TCA werd toegepast. Bij het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek op een site waar 1,1,1,-TCA werd gebruikt, dient 1,4-dioxaan als verdachte stof te worden beschouwd. In de standaardprocedure voor beschrijvend bodemonderzoek (versie januari 2017, van kracht sinds 23 februari 2017), is aangegeven dat, als er voor 1,1,1-TCA in het grondwater een beschrijvend bodemonderzoek noodzakelijk is, het grondwater ook onderzocht moet worden op de aanwezigheid van 1,4-dioxaan. Rapporten die worden ingediend vanaf 1 mei 2017 moeten voldoen aan de nieuwe procedure.

Op basis van de gegevens in de OVAM-databank wordt het aantal sites met potentiële 1,4-dioxaanpluimen in Vlaanderen geschat op ongeveer 273. De hiermee verbonden bodemdossiers bevinden zich in verschillende fases van het decretale onderzoeks- en saneringstraject. Als leidraad voor de aanpak, worden hieronder verschillende mogelijke scenario’s toegelicht.

Scenario 1 – OBO conform, geen BBO noodzakelijk

Wanneer een OBO werd uitgevoerd op een perceel waarop risico-activiteiten met 1,1,1-TCA werden uitgevoerd en er geen DAEB (duidelijke aanwijzing voor een ernstige bedreiging) werd vastgesteld, moet bij een volgende (periodiek) OBO 1,4-dioxaan worden onderzocht.

Scenario 2 – OBO conform, BBO noodzakelijk

Voor BBO’s die vanaf 1 mei 2017 worden ingediend, moet 1,4-dioxaan worden onderzocht, wanneer voor 1,1,1-TCA in het grondwater een BBO noodzakelijk is. Bemonstering en analyse van een ondiepe peilbuis in de kernzone van de 1,1,1-TCA verontreiniging wordt geadviseerd. Omwille van het verschillend pluimgedrag van 1,4-dioxaan in vergelijking met gechloreerde ethanen, is een ondiepe peilbuis nodig.

Scenario 3 – BBO conform, geen saneringsnoodzaak

Wanneer een beschrijvend bodemonderzoek, uitgevoerd op een site waarvoor 1,1,1-TCA een verdachte stof is, conform werd verklaard zonder saneringsnoodzaak, dient bij een volgende (periodiek) OBO toch 1,4-dioxaan in het grondwater te worden onderzocht.

Scenario 4 – BBO conform, saneringsnoodzaak

Wanneer een beschrijvend bodemonderzoek conform werd verklaard met een saneringsnoodzaak, wordt het niet onderzocht hebben van 1,4-dioxaan wanneer 1,1,1-TCA een verdachte stof is, als hiaat in het BBO te worden beschouwd. 1,4-dioxaan dient dan te worden onderzocht via een aanvulling van het BBO.

Scenario 5 – BSP conform, saneringswerken nog niet gestart

Wanneer een bodemsaneringsproject conform werd verklaard maar de saneringswerken nog niet werden gestart (m.a.w. er werd nog geen kwaliteitsplan ingediend), wordt geadviseerd om alsnog een onderzoek naar 1,4-dioxaan in de 1,1,1-TCA kernzone uit te voeren, en de nodige aanvullingen te doen.

Scenario 6 – BSP conform, saneringswerken in uitvoering

Wanneer een bodemsaneringsproject conform werd verklaard en de saneringswerken in uitvoering zijn, wordt geadviseerd om alsnog een onderzoek naar 1,4-dioxaan uit te voeren in de 1,1,1-TCA kernzone of in de pluim indien de kernzone werd verwijderd, en de nodige aanvullingen te doen.

Indien grondwaterbemalingen en lozingen worden uitgevoerd, dient het het lozingswater te worden gecontroleerd op 1,4-dioxaan. We stellen voor een lozingsnorm van 50 µg/l te hanteren.

Scenario 7 – Eindevaluatieonderzoek conform

Wanneer een eindevaluatieonderzoek conform werd verklaard en 1,1,1-TCA een verdachte stof was op de site, dient bij een volgende (periodiek) OBO 1,4-dioxaan te worden onderzocht.

2016-05

Afstemming administratieve informatie met de werkelijke toestand

Als de eigenaar of exploitant van mening is dat een kadastraal perceel onterecht is opgenomen als risicogrond in de gemeentelijke inventaris, kan dit worden rechtgezet bij de gemeente of – bij meer complexe gevallen – via het indienen van een gemotiveerde verklaring 'geen risicogrond'.

Het is voor de gemeente immers niet altijd eenvoudig te bepalen of er daadwerkelijk risico-inrichtingen werden geëxploiteerd. Het gebeurt dat vergunde rubrieken niet (meer) overeenstemmen met de werkelijke exploitatie of dat de vergunde activiteiten nooit hebben plaatsgevonden. De vergunde rubrieken zijn ook niet altijd van toepassing op alle vergunde percelen.

In de gemotiveerde verklaring moet door de deskundige, op basis van technische elementen, worden aangetoond dat er nooit risico-inrichtingen aanwezig waren. De OVAM verwijst hiervoor naar de Code van Goede Praktijk. Naast de beschikbare administratieve (vergunnings-)informatie moet worden nagegaan of nog andere terreinkennis gekend is bij de gemeente. De gemeente kan bijvoorbeeld beschikken over vaststellingen van (illegale) activiteiten op het perceel in kwestie. Oudere archiefinformatie wordt best ook niet vergeten bij de beoordeling.

Bij voorkeur gebeurt dit vóór het indienen van de gemotiveerde verklaring. Als de gemeente beschikt over tegenstrijdige informatie kan immers niet worden overgedragen. Uit de praktijk blijkt dat het aangewezen is om de gemotiveerde verklaring gelijktijdig in te dienen bij zowel de OVAM als de gemeente. De OVAM neemt de inhoudelijke beoordeling voor haar rekening en de gemeente toetst de bevindingen aan de terreinkennis. Zo wordt dubbel werk vermeden en kan de informatie het snelst worden rechtgezet.

Meer informatie vindt u via www.ovam.be/datakwaliteit-gemeentelijke-inventaris of is te bekomen bij onze medewerkers via inventarisatie@ovam.be.

2016-04

Het VLAREL is gewijzigd

Op 26 augustus 2016 verscheen in het Belgisch Staatsblad het 'Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen inzake leefmilieu' van 18 maart 2016 met aanpassingen van het VLAREL en het Milieuhandhavingsbesluit die betrekking hebben op de erkende bodemsaneringsdeskundigen.

 

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • de erkenning als bodemsaneringsdeskundige van type 2 werd ook opengesteld voor natuurlijke personen (wijziging artikels 25/1 en 25/2 VLAREL);
  • de duur van de wettelijk verplichte aanvullende vorming voor erkende bodemsaneringsdeskundigen wordt verminderd en deels gekoppeld aan het aantal personeelsleden die voor de bodemsaneringsdeskundigen beschikken over individuele handtekeningsbevoegdheid (wijziging artikel 53/3 VLAREL)
  • aanvullende vorming voor personen die in het kader van de overgangsregeling volgens artikels 103/2 en 103/3 handtekeningsbevoegdheid verkregen hebben tot 31 december 2017: keuze om opleiding te volgen of examen af te leggen (wijziging bijlage 17 VLAREL).
  • de retributie voor bodemsaneringsdeskundige van type 1 wordt verminderd tot 250 euro, zowel voor aanvraag van de erkenning als op het toezicht van de erkenning (artikel 54/1 en bijlage 18 VLAREL);
  • lijst met milieu-inbreuken op het VLAREL: o.a. bijzondere gebruikseisen voor erkende bodemsaneringsdeskundigen (wijziging bijlage XXIII van het Milieuhandhavingsbesluit).

Deze wijzigingen zijn in werking getreden op 5 september 2016.

Een gecoördineerde versie van het VLAREL kan u raadplegen op https://navigator.emis.vito.be/mijn-navigator?woId=38542.

Analyse van putwater bij bodemonderzoeken

De aanwezigheid van een lokale bodemverontreiniging kan de kwaliteit van putwater beïnvloeden. Oude industrieterreinen en historische activiteiten laten vaak sporen na in de bodem waardoor ook het grondwater lokaal kan verontreinigd zijn. In het kader van decretale bodemonderzoeken is het van belang om in de invloedssfeer van de grondwaterverontreiniging na te zien of grondwater wordt gebruikt uit de grondwaterlaag waar de verontreiniging zich bevindt.

Bij concrete bodemsaneringsdossiers moet de bodemsaneringsdeskundige de relatie leggen met de mogelijke impact van een bodemverontreiniging op de gezondheid van de mens door het gebruik van putwater. Dit gebruik kan verschillende vormen aannemen zoals aanwending voor WC, wasmachine, zwembaden, besproeien van gewassen of douchen. Bij gebruik als drinkwater kunnen de grootste risico’s optreden. Indien verontreiniging wordt teruggevonden in het putwater kunnen voorzorgsmaatregelen of gebruiksadviezen worden opgelegd.

De geanalyseerde parameters ingeval van putwatercontroles worden bepaald in functie van de vastgestelde verontreiniging. Gelet op het wettelijke kader rond het gebruik van putwater is het van belang dat putwatergebruikers steeds de correcte boodschap krijgen en gewezen worden op de totaliteit van risico’s en het wettelijke kader. Correcte communicatie is daarin belangrijk. Het consequent verwijzen naar de beschikbare info over de opvolging van putwaterkwaliteit is zinvol (www.vmm.be/waterloket).

Daarnaast heeft de Vlaamse Milieumaatschappij samen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een putwateractieplan opgemaakt. Dit actieplan is te vinden via https://www.vmm.be/wetgeving/actieplan_putwater_2015_tw.pdf. Eén van de 10 acties uit dit plan voorziet in de integratie van de risico’s van lokale bodemverontreiniging. Dit actiepunt wordt gerealiseerd in samenwerking met de OVAM.

Mistral-databank aangepast met het oog op preventie van nieuwe bodemverontreiniging!

 

In haar beleidsnota stelt de minister dat zij wil inzetten op het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging. Wij vragen dan ook uw medewerking om een beter inzicht te verwerven op de meest voorkomende oorzaken van nieuwe bodemverontreiniging,. Bij het indienen van een bodemonderzoek met nieuwe bodemverontreiniging moet bij de digitale gegevens op het tabblad 'verontreinigingen' in het deel 'Uitspraak voor deze opdracht' in het tekstveld 'Commentaar' worden vermeld wanneer of in welke periode de nieuwe bodemverontreiniging is ontstaan (indien gekend het exacte jaartal, anders een periode bv. tussen 1997 - 2000, tussen 2000 – 2005).

Wij vragen om op hetzelfde tabblad, in het deel 'Beschrijving', tekstveld 'Omschrijving' zeker voor nieuwe bodemverontreiniging duidelijk de bron en oorzaak van de verontreiniging te omschrijven: bijvoorbeeld lek aan retourleiding ondergrondse tank, overvulling bovengrondse tank, lekkende bedrijfsriolering, lekkende olie-waterafscheider, incidenteel morsen op een locatie zonder vloeistofdichte verharding, recent aangebrachte verontreinigde ophooglaag,... Op deze manier kunnen wij onze inspanningen rond preventie van bodemverontreiniging juist focussen.


Vlaamse richtlijnen voor tertiair butylalcohol in grondwater uitgewerkt

 

TBA is ook een metaboliet van de biologische afbraak van MTBE en ETBE.TBA is geen vluchtige stof. De voornaamste verspreidings- en blootstellingspaden hebben betrekking op verspreiding via grondwater. Net als in de rest van Europa, is in Vlaanderen het gehalte TBA in benzine beperkt. In Vlaanderen bestaat geen bodemsaneringsnorm voor TBA in grondwater. OVAM stelt een toetsingswaarde van 660 µg/l voor, en dit op basis van het advies van VITO. Informatie over de toetsingswaarde vind je in (Link naar samenvattend documentje toetsingswaarde van Griet) en meer achtergrond vind je in het VITO-rapport (link naar VITO-achtergrondrapport).

Omdat TBA als afbraakproduct van MTBE kan accumuleren in grondwater en de mobiliteit en oplosbaarheid groter is dan deze van MTBE, ging OVAM in een studie steekproefsgewijs na of er grondwaterverontreinigingen met TBA aanwezig zijn die een gevaar voor het milieu of de menselijke gezondheid (via gebruik van grondwater als drinkwater) kunnen vormen.

De studie “Uitvoering van steekproefsgewijze metingen voor het bepalen van de omvang van de TBA-problematiek in Vlaanderen” (link naar Arcadis-rapport op de website) maakt een inschatting van de TBA-problematiek in Vlaanderen en geeft enkele aanbevelingen over bemonsterings- en analysetechnieken en over de zuivering bij sanering.

OVAM besluit dat het niet noodzakelijk is om TBA systematisch op te nemen bij een onderzoek of opvolging van sanering, omdat uit de metingen blijkt dat:

  • TBA (boven de voorgestelde toetsingswaarde van 660 µg/l) bijna steeds samen met MTBE (boven de bodemsaneringsnorm van 300 µg/l) voorkomt;
  • de verhouding TBA/MTBE laag (<1) is bij concentraties boven de voorgestelde toetsingwaarde;
  • TBA zich aan een analoge snelheid als MTBE verspreidt.

MTBE is een voldoende gidsparameter voor TBA. Een aandachtspunt is een mogelijk onvoldoende zuivering van grondwater met verhoogde TBA-concentraties wanneer een zuiveringsinstallatie op basis van actief kool wordt gebruikt. 

Wil men maatwerk voor de sanering van vervuilde gronden, sluit een bedrijfsspecifieke overeenkomst met OVAM af!

... en kan zelfs een omgekeerd effect hebben. Het bedrijf komt in een financieel en organisatorisch onmogelijke situatie en de verontreinigde gronden blijven verontreinigd.

De oplossing? Een bedrijfsspecifieke overeenkomst (BSOK) die voorziet in een betere spreiding in de tijd en een aanpak van onderzoeken en verontreinigingen in functie van hun prioriteit zonder afbreuk te doen aan de bepalingen en verplichtingen van het Bodemdecreet. Enerzijds maakt dit de totaliteit van bodemonderzoeken en bodemsanering voor de betreffende partij beter organisatorisch én financieel haalbaar. Anderzijds krijgt de OVAM een duidelijk én ondertekend engagement van de betrokkene dat de bodemonderzoeken en bodemsaneringen binnen een specifieke termijn zullen worden uitgevoerd.

Voorwaarden? Eén van de belangrijkste voorwaarde is dat het over een bedrijf (of overheid) gaat die een aantal risicogronden in exploitatie of bezit heeft, waarbij het bedrijf (of de overheid) geconfronteerd wordt met een aantal knelpunten.

De voorbije jaren sloot de OVAM al overeenkomsten met Umicore, Electrabel, de ‘Gasfabrieksgroep’, Bekaert, de NMBS-groep, Colruyt (DATS), Tessenderlo Chemie, de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn, Defensie, Agentschap Wegen en Verkeer en het Gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen. De opvolging van vorderingen op het vlak van bodemonderzoeken en -saneringen gebeurt nauwgezet en in overleg via begeleidingscomités.

Voordelen? Ervaringen leren dat bedrijven inderdaad wel gebaat zijn bij deze samenwerking. Zij kunnen hun onderzoeken beter plannen en bijvoorbeeld afstemmen op herontwikkeling van hun bedrijfsterrein. De OVAM heeft meer zekerheid dat de bedrijven hun afspraken zullen nakomen door een planmatige aanpak.

Indien u bedrijven met meerdere vestigingen in Vlaanderen kent die kampen met ernstige bodemverontreinigingen op hun terreinen en die gebaat kunnen zijn met zo'n bedrijfsspecifieke overeenkomst. Meer info vindt u op http://www.ovam.be/BSOK

Info rond omgang met asbest vanaf nu gebundeld op één website: www.ovam.be/asbest

In 2014 kreeg de OVAM vanuit de Vlaamse regering de opdracht een asbestafbouwplan uit te werken. Het thema 'asbest' werd hierbij als kerntaak inzake afvalstoffen en bodemmaterie overgeheveld van het Departement LNE naar de OVAM. Lees meer...

Door deze bundeling van expertise, de uitwerking van het asbestafbouwplan en voortschrijdende inzichten was het dan ook nodig bestaande info te actualiseren. Een deel van het resultaat kan u terugvinden op de recentelijk vernieuwde website www.ovam.be/asbest en de volgende reeds herziene publicaties betreffende:

In het najaar van 2016 herwerkt de OVAM ook de gekende brochure 'Asbest in en om het huis'.

Vindt u of uw klant bepaalde belangrijke info nog niet terug op de website? Geef ons dan gerust een seintje via het emailadres asbest@ovam.be, zodat we samen deze website kunnen optimaliseren.