Richtlijnen voor PFAS-onderzoek

  • 10 september 2020

Poly- en perfluoralkylstoffen (vaak afgekort als PFAS) is een verzamelnaam voor meer dan zesduizend stoffen, waaronder een combinatie van fluorverbindingen en alkylgroepen. Voorbeelden zijn perfluoroctaanzuur (PFOA) en perfluoroctaansulfonaat (PFOS). Wanneer moeten die stoffen worden onderzocht in een bodemonderzoek? En aan welke waarden moeten ze worden getoetst? De OVAM stelt daarvoor richtlijnen ter beschikking. Die richtlijnen gelden sinds 1 september 2020.

Verontreiniging
PFAS zijn chemisch zeer inerte stoffen. Ze zijn bestand tegen hoge temperaturen, werken oppervlaktespanning-verlagend en stoten daardoor water, vet en vuil af. De stoffen worden onder meer gebruikt bij oppervlaktebehandelingen van tapijten, textiel, leer, papier en karton, maar ook als surfactant (oppervlakte-actieve stof) in blusschuimen.
Door die brede toepassing en als gevolg van emissies en incidenten zijn PFAS in het milieu terechtgekomen. Ze zitten nu onder andere in de bodem, in sedimenten en in het grondwater. Zo is op de Opelsite in de Antwerpse haven, waar een blusschuimtank in de grond zat, een aanzienlijke verontreiniging met PFAS vastgesteld. Voor het eerst start de OVAM in Vlaanderen een saneringsproject voor een dergelijke verontreiniging.

Wanneer onderzoeken?
Moet u een technisch verslag opmaken of een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren? Ga dan na of PFAS als verdachte stof moet worden onderzocht. De richtlijn PFAS-onderzoek beschrijft wanneer dat het geval is: bijvoorbeeld als u een terrein onderzoekt waar een PFAS-producerende of PFAS-verwerkende industrie gevestigd is of was, of waar brandblusschuim werd toegepast.

Momenteel zijn (nog) niet alle activiteiten vermeld in de richtlijn PFAS-onderzoek, opgenomen in de VLAREBO-lijst van risico-inrichtingen. Voorlopig blijft dat zo. Voor de activiteiten die niet in de VLAREBO-lijst staan, is dus geen oriënterend bodemonderzoek nodig bij overdracht of in het kader van periodiciteit.

PFAS-gehaltes gemeten in de bodem in het kader van een technisch verslag worden getoetst aan de voorlopige waarden vermeld in de richtlijn. Voor PFAS-gehaltes gemeten bij een ander bodemonderzoek, zoals een oriënterend bodemonderzoek, kunt u de voorlopige toetsingswaarden of voorgestelde bodemsaneringsnormen gebruiken. De voorlopige toetsingswaarden vindt u in het document Toetsingswaarden voor PFOS en PFOA in bodem en grondwater.

Aanpassingen mogelijk
Het wetenschappelijk onderzoek over PFAS is volop in evolutie. Zowel de richtlijn als de toetsingswaarden zullen in de toekomst nog worden aangevuld en bijgesteld.