Toelichting bij belangrijkste wijzigingen in VLAREMA 8

 

Verplichte sloopopvolging met traceersysteem om puin beter te recycleren

De afvalstoffenwetgeving VLAREMA verplicht de bouwheer nu al om een sloopopvolgingsplan op te stellen, voor de afbraak van een groot gebouw plaatsvindt. Dit zijn niet residentiële gebouwen van meer dan 1000 m³ of in hoofdzaak residentiële gebouwen van meer dan 5000 m³. Het sloopopvolgingsplan geeft aan welke afvalstoffen zullen vrijkomen. Het bevat ook een advies over het mogelijk hergebruik of de verwerking van de afvalstoffen. Dit plan maakt deel uit van de vergunningsaanvraag en aanbestedingsdocumenten van de afbraakwerken.

Het plan moet het de aannemer van de sloopwerken gemakkelijker maken om selectief te slopen, met het oog op de verwijdering van gevaarlijke stoffen en milieuveilig hergebruik of recyclage van afvalstoffen.    

Traceersysteem

De Vlaamse Regering maakt nu ook de verdere sloopopvolging door een sloopbeheerorganisatie verplicht voor grote werven. Dit betekent dat de bouwheer niet alleen een sloopopvolgingsplan moet opstellen, maar ook een verplichte traceerbaarheidsprocedure moet volgen. Het systeem van verplichte sloopopvolging garandeert in eerste instantie de zuiverheid van de puinfractie, die meer dan 90 % uitmaakt van het bouw- en sloopafval. Een dergelijk systeem stelt de brekers die het puin verwerken tot herbruikbare granulaten, in staat te beoordelen of het aangeboden puinafval voldoende zuiver is om te verwerken als puin met een laag milieurisico.  

Aanpak bij de bron  

Bij sloopwerken opgevolgd door de sloopbeheerorganisatie zijn er garanties dat gevaarlijke afvalstoffen, zoals asbest en stoffen die de recyclage van puin verstoren, bij de bron worden afgescheiden. Puin met laag milieurisico moet zo minder streng  uitgekeurd worden, omdat de kans groter is dat de bekomen gerecycleerde granulaten aan de kwaliteitseisen voldoen. Zo wordt de verwerking van puin, afkomstig van een werf die is opgevolgd door een sloopbeheerorganisatie, op termijn goedkoper.

 

 

Asbestinventarisattest verplicht bij woningverkoop vanaf 2022

Tegen 2040 moet Vlaanderen asbestveilig zijn. Daarvoor moeten we eerst in kaart brengen waar er overal asbest aanwezig is. Om dit mogelijk te maken, keurde de Vlaamse Regering via een wijziging van VLAREMA het juridisch kader goed voor een grootschalige asbestinventarisatie. Zo wordt in de loop van 2022 een asbestinventarisattest, kortweg asbestattest, verplicht bij de verkoop van woningen en gebouwen die voor 2001 zijn gebouwd. Dit attest beschrijft welke onderdelen van het gebouw asbest bevatten, wat de staat is van het asbest en hoe het veilig te beheren of te verwijderen. Tegen 2032 moet iedere eigenaar van een gebouw ouder dan 2001 over een asbestattest beschikken.

Gecertificeerde deskundigen  

Enkel gecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie kunnen een geldig asbestattest opmaken. Om dit persoonscertificaat te behalen, moeten kandidaten een verplichte opleiding volgen bij een erkende certificatie-instelling asbest en slagen in het eindexamen van de OVAM. Het bedrijf waarvoor ze werken moet over een procescertificaat beschikken. Door de OVAM erkende certificatie-instellingen volgen via audits en controles de kwaliteit van de persoons- en procescertificaten op.

Databank  

Om een geldig asbestattest op te maken, maakt de asbestdeskundige een asbestinventaris op volgens de richtlijnen van een inspectieprotocol. De gegevens worden ingegeven in de webtoepassing databank asbestinventarisatie. Na een correcte en volledige ingave levert de OVAM een geldig asbestattest af als onderzoeksrapport.  

Het VLAREMA bepaalt wie welke toegang heeft tot deze databank. Eigenaars zullen hun asbestattest kunnen raadplegen via de Woningpas.

 

Afvalinzamelaars zien binnenkort mee toe op het sorteergedrag van bedrijven

De hoeveelheid bedrijfsrestafval moet tegen 2022 met 15 % zijn gedaald. Geen onhaalbare kaart, aangezien er nog vrij veel recycleerbaar afval in het bedrijfsrestafval terechtkomt. De oorzaak? Slechte sortering aan de bron. Daarom zullen afvalinzamelaars mee waken over de inhoud van de restafvalcontainer bij hun klanten. Er ligt een wetsvoorstel op tafel dat ervoor zorgt dat dat op een eenvoudige en uniforme manier gebeurt.

Sorteerfouten

De wijziging in VLAREMA (het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) verduidelijkt welke informatie afvalinzamelaars hun klanten moeten geven over afval correct sorteren aan de bron.

Inzamelaars worden ook verplicht om het restafval te controleren op sorteerfouten. Het VLAREMA-voorstel geeft aan hoe dat moet gebeuren. Bij ophaalrondes met rolcontainers bijvoorbeeld moet bij de klant ter plekke het deksel altijd worden gelicht om de inhoud van de container te controleren. Bij individuele inzameling met een afzetcontainer moet de container op een vergunde site leeg worden gekiept voor controle.

Als een inzamelaar vaststelt dat het restafval onvoldoende is gesorteerd, moet hij of zij dat registreren als een non-conformiteit en de klant van de sorteerfout op de hoogte brengen. Lokale en gewestelijke handhavers kunnen aan de hand van dat register gerichter inspecties doen. Afvalstoffenproducenten met veel non-conformiteiten, zullen vlugger gecontroleerd worden.

Verder in de keten

Afvalinzamelaars mogen meteen weigeren om restafval mee te nemen, als het te veel recycleerbaar materiaal bevat. Als ze gevaarlijk afval opmerken, moeten ze dit zelfs weigeren. In andere gevallen kan de inzamelaar het afval wel meenemen, maar moet hij nog andere acties ondernemen. Zo moet hij de non-conformiteit actief doorgeven via een centraal systeem van de overheid of het afval (tegen betaling) verder nasorteren om het recycleerbaar materiaal er alsnog zoveel mogelijk uit te halen. Ook als de inzamelaar nasorteert, blijft de klant evenwel in overtreding met de wet door het afval niet te sorteren aan de brond. Eens in het restafval beland, zijn heel wat materialen namelijk onherroepelijk verloren omdat het afval te vervuild geraakt.