Vlaamse wetgeving

Materialendecreet en VLAREMA

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen is op 1 juni 2012 in werking getreden.

Het Materialendecreet verankert het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen. De wettekst gaat uit van een integrale kijk op de materiaalketen die onontbeerlijk is om een blijvende oplossing te vinden voor het afvalvraagstuk. Het decreet implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen. Het afvalstoffendecreet van 2 juli 1981 komt volledig te vervallen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, geeft nadere uitvoering aan het Materialendecreet. Het VLAREMA, bevat meer gedetailleerde voorschriften over (bijzondere) afvalstoffen, grondstoffen, selectieve inzameling, vervoer, de registerplicht en de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het VLAREMA heeft het vroegere VLAREA van 5 december 2003 opgeheven.

Meer weten over het Materialendecreet.

Meer weten over VLAREMA - wijziging 7

Bodemdecreet en VLAREBO

Op 1 juni 2008 is met het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 het vernieuwde wettelijk kader voor het Vlaamse bodembeleid in werking getreden. Het vervangt het vroegere Bodemsaneringsdecreet van 22 februari 1995 en het VLAREBO van 5 maart 1996. 

Het Bodemdecreet en het VLAREBO voorzien onder meer in instrumenten voor de identificatie en inventarisatie van bodemverontreiniging, het beheer en de toegang tot informatie over bodemverontreiniging en een gedifferentieerde en gedegen curatieve aanpak van bodemverontreiniging met aanvullend ook een belangrijk preventief luik: o.a. duurzaam beheer van bodemmaterialen via de grondverzetregeling en een algemeen kader voor bodembescherming.

De standaardprocedures voor bodemonderzoeken, technisch verslag en bodemsanering en de verschillende codes van goede praktijk in het kader van het gebruik van bodemmaterialen (grondverzet) hebben ook een belangrijke plaats in de praktische uitvoering van het bodembeleid.

Nadere uitvoeringsbepalingen zijn verder ook opgenomen in bijlage 1 van VLAREM II (kolom 8: lijst van risico-inrichtingen – exploitatie aangevat na 31 mei 2015) en titel III van VLAREM. Het VLAREL van 19 november 2010 voorziet in een regeling van de erkenning van bodemsaneringsdeskundigen, opleidingscentra voor de aanvullende vorming van erkende bodemsaneringsdeskundigen en de laboratoria bodem (deeldomein bodemsanering).

Bij wijzigingsdecreet van 8 december 2017 zijn in het Bodemdecreet vier belangrijke inhoudelijke wijzigingen voor het bodembeleid opgenomen:

  • de invoering van een verplicht bodemonderzoeksmoment voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging met de mogelijkheid tot vrijstelling van de onderzoeksplicht voor particulieren (doelstelling: aanpak gronden met historische bodemverontreiniging tegen uiterlijk 2036);

  • de afschaffing van de veralgemeende conformverklaring van bodemonderzoeken en de auditing van de erkende bodemsaneringsdeskundigen;

  • de versoepeling van de voorwaarden voor de sectorfondsen;

  • de inkanteling van het gebruik van bodemmaterialen (bagger- en ruimingsspecie, grondbrij en bentonietslib) in de regeling over het gebruik van uitgegraven bodem.