VLAREMA - wijziging 7

Sinds 17 juni 2019 is het nieuwe Vlarema van kracht.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Afvalpreventie

Vanaf 1 januari 2020 is het gebruik van wegwerpbekers of -verpakkingen voor dranken verboden op evenementen. Enkel als de eventorganisator ze voor meer dan 90 % inzamelt en laat recycleren, zijn ze nog toegestaan. Vanaf 1 januari 2022 wordt deze grens opgetrokken naar 95 %.

De overheid moet zelf het goede voorbeeld geven. Overheden mogen vanaf 1 januari 2020 op hun evenementen geen drank meer aanbieden in wegwerpmateriaal. Zelfs niet als ze die terug inzamelen voor recyclage. Ook binnen hun eigen werking mogen overheden geen dranken meer aanbieden in wegwerpmateriaal. Vanaf 1 januari 2022 moeten zij ook alle bereide voedingsmiddelen aanbieden met herbruikbaar cateringmateriaal, zowel op evenementen als binnen hun eigen werking.

Voortaan is het handelaars verboden om aan hun klanten gratis plastic wegwerpzakken aan te bieden met een dikte van tussen 15 en 50 micron. Het gaat om de typische plastic kassazakken voor eenmalig gebruik. Dit gebeurt in navolging van een Europese richtlijn. Met deze maatregel wilt Europa het gebruik van deze plastic zakken doen afnemen en vermijden dat die in het zwerfvuil terechtkomen.

Vanaf 2021 is het gebruik van stickers op groenten en fruit verboden op enkele uitzonderingen na.

Gescheiden inzameling van afval

Afvalinzamelaars krijgen de verplichting helder te communiceren met hun klanten over hoe zij hun  afvalstoffen moeten sorteren en aanbieden. Zij moeten bij hun klanten bij ophaling visueel controleren of er geen verplicht apart te houden afvalstoffen in het restafval zitten. Ze moeten ook beschikken over een procedure die aangeeft wat ze doen bij vaststelling van inbreuken.

Vlarema maakt het bedrijven op een bedrijventerrein gemakkelijker om een collectief inzamelpunt in te richten voor afvalstoffen. Meer bepaald wordt een uitzondering toegestaan op het identificatieformulier wanneer bedrijven hun afval zelf naar zo’n collectief punt brengen. Zo wordt het voor bedrijven financieel en praktisch haalbaarder kleinere hoeveelheden afvalstoffen gescheiden aan te bieden voor inzameling. 

De definitie voor gft-afval is aangepast. Voortaan mogen keukenafval en etensresten van dierlijke oorsprong ook bij het gft.

Vanaf 1 januari 2021 zijn ook bepaalde bedrijven en instellingen verplicht keukenafval, etensresten en levensmiddelenafval gescheiden aan te bieden voor inzameling. Het gaat om organisaties van een bepaalde omvang die regelmatig warme maaltijden serveren. Ook supermarkten vanaf een bepaalde verkoopsoppervlakte vallen onder deze verplichting.      

De havenbeheerder moet voortaan voorzien in adequate ontvangstvoorzieningen voor sedimenten uit ballastwatertanks.

Verwerking van afvalstoffen

Kringloopcentra mogen geen activiteiten ontwikkelen die marktverstorend zijn. Bijvoorbeeld, kringwinkels moeten ingezamelde goederen in het eigen werkingsgebied aanbieden. Zij mogen geen voorwerpen gericht verzamelen of bijhouden om die op een externe kunst- of collectieveiling openbaar te verkopen. Uitzondering daarop zijn herbruikbare goederen waarvoor in Vlaanderen geen afzet bestaat, maar wel in het buitenland. Een kringloopcentrum kan ook geen volledige inboedels inzamelen.

Kringloopcentra moeten niet geregistreerd zijn als inzamelaar, handelaar of makelaar voor de inzameling van EEA dat geschikt is voor hergebruik en op weg is naar een hergebruikcentrum.   

Het VLAREMA legt nieuwe afspraken vast voor de indiening van kennisgevingsdossiers langs digitale weg of via de post. Een aanpassing van de aangerekende dossierkosten moedigt de digitale weg aan.

Inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, kunnen een aanvraag indienen voor erkenning als “vooraf goedgekeurde inrichting” in kader van de wetgeving voor grensoverschrijdend transport van afvalstoffen. De OVAM zal op haar website een lijst publiceren van alle vooraf goedgekeurde inrichtingen in Vlaanderen. VLAREMA legt afspraken vast over de aanvraagprocedure en de informatie die moet worden verleend.

Stort- en verbrandingsverboden

Het stortverbod is verduidelijkt. De stortverboden zijn van toepassing op bijvoorbeeld alle brandbare afvalstoffen met uitzondering van deze afvalstoffen waarvoor een verlaagde milieuheffing geldt. Ze zijn ook niet van toepassing op recyclageresidu’s van fysicochemische grondreiniging. Daarnaast blijven de stortverboden gelden voor oude en vervallen geneesmiddelen en voor afvalstoffen waarvoor een verbrandingsverbod geldt.

Het is verboden om afvalstoffen die met oog op recyclage afzonderlijk zijn ingezameld, te verbranden. Hetzelfde geldt voor afvalstoffen die door hun aard, hoeveelheid of homogene samenstelling in aanmerking komen voor hergebruik of recyclage. Ook huishoudelijk restafval en bedrijfsrestafval dat is ingezameld zonder aan de verplichte selectieve inzameling te voldoen, mag niet meer rechtstreeks naar verbranding. Grofvuil dat nog recycleerbare materialen bevat, moet worden gesorteerd.

Er zijn nieuwe uitzonderingen toegevoegd aan het verbrandingsverbod. Onbehandeld houtafval van de houtverwerkende industrie mag in de eigen onderneming gebruikt worden als energiebron. Ook de houtige fractie afkomstig van het behandelen van plagsel en choppermateriaal vallen niet onder het verbrandingsverbod. Ook recyclageresidu’s waarvoor een verlaagde milieuheffing geldt voor (mee)verbranding, zijn uitgezonderd.

De procedure voor het aanvragen en behandelen van individuele afwijkingen op stort- en verbrandingsverboden is verduidelijkt.

Gebruik van gerecycleerde grondstoffen

De VLAREMA-normen voor het gebruik van afvalstoffen als bouwstof en de VLAREBO-normen voor bouwkundig bodemgebruik zijn nu gelijkgeschakeld.

Vanaf 1 mei 2019 mogen pak-houdende asfaltgranulaten niet meer toegepast worden in funderingen. Vlarema schrijft de testmethoden voor die aangeven of er pak’s aanwezig zijn in de granulaten.  

Afvalzakken moeten vanaf 2021 voor 80 % uit gerecycleerd materiaal bestaan, vanaf 2025 zelfs voor 100 %. Uitzonderingen gelden enkel voor biodegradeerbare afvalzakken voor gft-afval, afvalzakken voor medisch afval, asbesthoudende materialen en bouwpuin.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Het nieuwe VLAREMA maakt mogelijk een aanvaardingsplichtconvenant af te sluiten tussen de OVAM en de sector. Een dergelijk convenant is een alternatief voor de huidige milieubeleidsovereenkomsten. Deze MBO’s vragen een omslachtige goedkeuringsprocedure. Een convenant kan hetzelfde resultaat garanderen, maar met minder administratieve last. Wel zijn een aantal algemene regels vastgelegd in het VLAREMA. De bestaande MBO’s blijven geldig tot het einde van hun duurtijd.

Zo moet altijd een beheersorganisme aangeduid worden dat aan bepaalde voorwaarden voldoet. Beheersorganismen moeten een beheerplan en financieel plan opmaken dat aangeeft hoe zij de aanvaardingsplicht voor hun leden in praktijk brengen. De OVAM keurt ook de lastenboeken voor de inzameling en verwerking van afvalstoffen goed. Een convenant heeft een looptijd van maximaal 8 jaar, eenmalig verlengbaar met 2 jaar.

Producenten kunnen ervoor kiezen een “individueel aanvaardingsplichtplan” in te dienen. Dit vervangt het huidige “individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan”. Producenten duiden aan hoe zij voorkomen dat andere producenten opdraaien voor kosten voor inzameling en recyclage van hun producten.

De voorwaarden voor de erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen zijn aangepast.

De doelstelling voor de recyclage, zoals regeneratie, van afvalolie wordt opgetrokken van 85 naar 90 %.