Wanneer moet u PFAS onderzoeken?

  • 18 juni 2020

Moet u een technisch verslag opmaken of een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren? Ga dan na of PFAS als verdachte stof moet worden onderzocht. De ‘Richtlijn PFAS-onderzoek’ beschrijft wanneer dat het geval is: bijvoorbeeld wanneer u een terrein onderzoekt waar een PFAS-producerende of PFAS-verwerkende industrie is of was gevestigd, of waar brandblusschuim werd toegepast.

Opgelet: momenteel zijn (nog) niet alle activiteiten vermeld in de ‘Richtlijn PFAS-onderzoek’, opgenomen in de VLAREBO-lijst van risico-inrichtingen. Voorlopig blijft dit zo. Voor de activiteiten die niet in de VLAREBO-lijst staan, is dus geen oriënterend bodemonderzoek nodig bij overdracht of in kader van periodiciteit.

Toetsing PFAS-gehaltes

PFAS-gehaltes gemeten in de bodem in kader van een technisch verslag worden getoetst aan de voorlopige waarden vermeld in de ‘Richtlijn PFAS-onderzoek’. Voor PFAS-gehaltes gemeten bij een ander bodemonderzoek, zoals een oriënterend bodemonderzoek, kan u de voorlopige toetsingswaarden of voorgestelde bodemsaneringsnormen gebruiken. De voorlopige toetsingswaarden vindt u hier

Toetsingswaarden voor PFOS en PFOA in bodem en grondwater.

Het wetenschappelijk onderzoek over PFAS is nog volop in evolutie. Zowel de richtlijn als de toetsingswaarden zullen in de toekomst nog worden aangevuld en bijgesteld.

Meer info

Zie volgende onderzoeksrapporten: deel 1  en deel 2.

Raadpleeg ook Richtlijn PFAS-onderzoek