Waterbodems: professionals

TECHNISCH

Onderzoek

>     Wat is een waterbodemonderzoek?
>     Richtlijnen voor waterbodemonderzoek
>     De code van goede praktijk
>     Hoe waterbodemstalen nemen en analyseren?
>     Wat is een hotspot?
>     Emerging contaminants en prioritaire stoffen

Sanering

>     Wanneer wordt een waterbodemsanering uitgevoerd? Wat is een triggerwaarde?
>     Wanneer wordt er gesaneerd?
>     Hoe wordt er gesaneerd?

JURIDISCH EN BELEIDSMATIG

>     ‘Waterbodem’ en ‘waterbodemonderzoek’ gedefinieerd
>      Welke onderzoeken en saneringen zijn prioritair?
>      Wanneer is saneren verplicht?
>      Wat zijn stroomgebiedbeheerplannen?

PROJECTEN

In 2009 werd een lijst van vijftien prioritair te onderzoeken waterlopen opgesteld.  Hieruit werden waterlopen geselecteerd voor pilootprojecten.
Voorbeelden van deze pilootprojecten zijn het Zijdelings Vaartje West, Eeklo's Leiken, Molse Nete, Tangebeek en Valkelaerebeek. Daarnaast worden eveneens andere waterlopen onderzocht:

>     Grote Calie
>     Winterbeek
>     Grote Nete
>     Grote Laak

KENNISDELING IN EUROPA

>      SEDNET

TECHNISCH 

Onderzoek

Wat is een waterbodemonderzoek?

Een waterbodemonderzoek is te vergelijken met een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek van een waterloop of wateroppervlakte. Een waterbodemonderzoek gaat na of er een ernstige bodemverontreiniging bestaat ten gevolge van de waterbodem.

O
m het volledige onderzoek uit te voeren, volgt u best de standaardprocedure voor waterbodemonderzoek.  Zo’n onderzoek gebeurt meestal naar aanleiding van een vaststelling of vermoeden van een verontreinigde waterbodem. 

  • Het beoogt een beschrijving te geven van de aard, hoeveelheid, concentratie, oorsprong en omvang van de verontreinigende stoffen of organismen en de potentiële verspreiding.
  • Daarnaast evalueert een waterbodemonderzoek de risico's die de waterbodemverontreiniging kan stellen voor zowel mens, als plant en dier en het grond- en oppervlaktewater.


Richtlijnen voor waterbodemonderzoek


De OVAM ontwikkelde, samen met een studiebureau en de coördinatiecommisie Integraal Waterbeleid werkgroep Bagger-en Ruimingsspecie, een ontwerp-standaardprocedure voor waterbodemonderzoek. Deze bevat volgende elementen:

  • Het historisch onderzoek met alle relevante gegevens zoals:

    • De waterloopkarakteristieken
    • (Voormalige) lozingspunten of puntbronnen
    • Reeds bekende verontreinigingssituatie
    • Menselijke ingrepen
    • Aanwezigheid van industrie.
  • De staalnamestrategie die de verontreinigingin en rond de waterloop zo accuraat mogelijk in kaart brengt. Niet alleen worden stalen genomen van de waterbodem, maar ook van het onderliggende vaste deel van de aarde, de oevers, overstromingsgebieden en eventueel van het grondwater.
     
  • De impact van de verontreiniging wordt nagegaan door het evalueren van de humaantoxicologische, ecologische of verspreidingsrisico’s en of de vastgestelde verontreiniging een ernstige bodemverontreiniging vormt.
     
  • Wanneer er risico’s zijn, volgt een uitspraak over de saneringsnoodzaak. Hierbij kan ook een saneringsadvies gegeven worden.

De code van goede praktijk

 

Op dit moment werkt de OVAM, samen met bodemsaneringsdeskundigen, onderzoeksinstellingen en andere experten aan een code van goede praktijk voor onderzoek van waterbodems en oevers. Ook worden richtlijnen voor onderzoek van waterbodems in het kader van het oriënterend bodemonderzoek uitgewerkt.
Een eerste versie van deze documenten is beschikbaar voor consultatie. Opmerkingen op deze voorlopige versie kunt u ons overmaken via waterbodem@ovam.be.


Hoe waterbodemstalen nemen en analyseren ?

De betrouwbaarheid van de analyseresultaten ten opzichte van een staalnamepunt in een waterloop wordt bepaald door de representatieve monstername. Dat vereist in de eerste plaats een gestandaardiseerde en kwaliteitsvolle uitvoering van de staalname. Dit is vastgelegd in het ‘Compendium voor Monsterneming en Analyse’, verder het CMA genoemd.
Sinds 1 april 2019 bestaat er voor waterbodem een analysepakket B.5. Raadpleeg het CMA.

Nuttige links:

https://emis.vito.be/nl/referentielabo-ovam

Erkenning voor bemonstering bagger- en ruimingsspecie

Wat is een Hotspot?

Een hotspot is een puntbron; een locatie waar risico-activiteiten geleid hebben tot waterbodemverontreiniging en waarbij verder onderzoek nodig is. In tegenstelling tot diffuse verontreinigingsbronnen, zijn deze puntbronnen ruimtelijk aan te duiden. 

puntbronIn 2017 is de OVAM gestart met het in kaart brengen van hotspots voor waterbodemverontreiniging in de vijf Vlaamse provincies. Doelstelling is om dat te finaliseren tegen 2020.

Samen met een voorstel-lijst van risico-inrichtingen met hoge kans op waterbodemverontreiniging werd ook een prioriteringsmethodiek opgesteld. Het is de bedoeling om na te gaan:

  • of deze lijst en de prioritering volgens categorie voldoende gefundeerd zijn.
  • hoeveel stalen minimaal nodig zijn om een representatief beeld te krijgen van de verontreinigde waterbodem.

​​​​Per provincie worden een aantal potentiële hotspots geselecteerd. Voor elke hotspot wordt een voorstudie uitgevoerd met:

  • Een historisch onderzoek
  • Een evaluatie van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en –saneringen
  • Een inventarisatie van de vroegere en huidige lozingspunten en een gesprek met de waterloopbeheerder om een duidelijk beeld te krijgen van de historiek van de hotspot

Op basis van deze informatie wordt een plan van aanpak opgemaakt en wordt uiteindelijk een gerichte staalname van de waterbodem ter hoogte van deze potentiële hotspot uitgevoerd. Doelstelling daarvan is de kwaliteit van de waterbodem in kaart te brengen.

Rekening houdende met de resultaten verzameld in 2017 worden vanaf 2018 andere potentiële hotspots geselecteerd. Op basis van deze uitgebreide steekproef kan de lijst met risico-activiteiten voor waterbodem gevalideerd worden en de staalnamemethodiek geëvalueerd en bijgestuurd.
 

Emerging contaminants en prioritaire stoffen

‘Emerging contaminants’ of ‘contaminants of emerging concern’ zijn stoffen die voorkomen in het milieu (bv. bodem, grondwater, waterbodem) maar nog niet standaard gemeten worden. De kennis over deze stoffen is vaak onvolledig. Ze zijn in de meeste gevallen toxisch, moeilijk of niet afbreekbaar en vaak mobiel. In de bodem, het grondwater of de waterbodem kunnen ze een risico voor de gezondheid of voor de omgeving vormen, zeker op lange termijn.


Door het gebrek aan wetenschappelijke kennis, data en een beleidskader zorgen deze parameters voor veel onzekerheid, bijvoorbeeld op het vlak van volksgezondheid, aansprakelijkheid en financiële gevolgen. Als ieder land deze complexe problematiek alleen moet aanpakken, vraagt dat veel tijd en middelen. Internationale samenwerking biedt dus uitstekende kansen.

De OVAM wil deze internationale samenwerking vanuit de basis op gang te trekken. Als eerste stap organiseren we op 19 en 20 november 2018 een internationale workshop die gericht is op netwerking, kennisuitwisseling en het delen van ervaringen en behoeften tussen beleidsmakers, onderzoekers en bedrijven.


Het eerste deel van de workshop maakt een stand van zaken op met een uitwisseling van wetenschappelijke en technische kennis over ‘contaminants of emerging concern’. In een tweede deel gaan we in discussie met collega-beleidsmakers en andere actoren. Welke acties moeten we ondernemen op basis van de beschikbare kennis? Kunnen we hier samenwerken?

SANERING

Wanneer wordt een waterbodemonderzoek uitgevoerd? Wat is de een triggerwaarde?

Er zijn bodemsaneringsnormen voor het vaste deel van de aarde en voor het grondwater, maar nog niet voor waterbodem. Vandaar dat de OVAM samenwerkt met de Universiteit van Antwerpen, de VMM en internationale experten om 'triggerwaarden’ uit te werken. Deze ‘triggerwaarden’ kunnen gehanteerd worden als toetsingswaarden om over te gaan tot een waterbodemonderzoek of een beschrijvend bodemonderzoek voor een waterloop. Ze worden vastgelegd op basis een combinatie van wetenschappelijke/toxicologische motivatie als het principe van de urban baseline. Beneden de ‘urban baseline’ waarde is herverontreiniging mogelijk omdat er nog steeds punt- en diffuse bronnen zijn die verontreinigende stoffen in een waterlichaam brengen. 

Wanneer wordt er gesaneerd?

Voor de beoordeling van de risico's bij waterbodemverontreiniging wordt geëvalueerd of die verontreiniging een humaan, ecotoxicologisch of verspreidingsrisico vormt. 
Wanneer de aanwezige waterbodemverontreiniging aanleiding geeft tot onaanvaardbare risico’s voor mens, milieu of natuur, wordt een sanering uitgevoerd.

Een duidelijk kader voor de beoordeling van deze risico's en wanneer een sanering nodig is,  wordt nog uitgewerkt. Onderstaand schema stelt het conceptueel model voor een waterloop voor. (Fig. 1. )
 
 
Figuur waterbodem Goedele 22 okt 2018

Samen met bodemsaneringsdeskundigen, onderzoeksinstellingen en andere experten uit binnen- en buitenland ontwerpt de OVAM een risicosystematiek voor de beoordeling van de risico's bij waterbodemverontreiniging. De eerste resultaten hiervan worden voorzien in de loop van 2019.

Hoe wordt er gesaneerd?
 
Er zijn verschillende saneringstechnieken mogelijk voor de aanpak van waterbodems. Een consortium van bodemsaneringsdeskundigen, aannemers en onderzoeksinstellingen bundelt informatie over saneringstechnieken voor waterbodems. Aan deze studie wordt de opmaak van een beslissingsondersteunend systeem (BOSS) gekoppeld, waarvan een eerste versie in de loop van 2019 wordt gepubliceerd.

 

JURIDISCH EN BELEIDSMATIG

‘Waterbodem’ gedefinieerd

Het Bodemdecreet bevat een specifieke regeling voor het onderzoek en de sanering van waterbodems (art. 124-135 Bodemdecreet). Het Bodemdecreet omschrijft het begrip 'waterbodem' door verwijzing naar het Decreet betreffende het Integraal Waterbeleid dat het begrip 'waterbodem' definieert als: ‘de bodem van een oppervlaktewaterlichaam die altijd of een groot gedeelte van het jaar onder water staat’.

Een ‘oppervlaktewaterlichaam’ wordt verder gedefinieerd als ‘een onderscheiden oppervlaktewater, zoals een meer, een wachtbekken, een spaarbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater, of een deel van een stroom, rivier, kanaal of overgangswater’.

Toelichting bij hoofdstuk 12 ‘Waterbodems’ van het Bodemdecreet

De Europese Kaderrichtlijn Water stelt dat een goede toestand van oppervlaktewater en grondwater moet worden bereikt. De sanering van de waterbodem vormt daarin een onmisbare schakel. De verontreinigde waterbodem belet immers het verbeteren van de waterkwaliteit en het ecologisch herstel van de waterloop.

De sanering van verontreinigde waterbodems valt binnen het toepassingsgebied van de bodemsaneringsregeling, maar gelet op de specifieke milieukenmerken van waterbodems is het toepassen van de bestaande decretale procedures niet evident. De sanering van waterbodems vereist een eigen aanpak.

In het Bodemdecreet bevat bepalingen over

  • het onderzoek van waterbodems (waterbodemonderzoek)

  • de beoordeling van de saneringsnoodzaak

  • de sanering van verontreiniging ter hoogte van waterbodem

  • de aanduiding van de saneringsplichtige persoon

  • de noodzaak om de sanering van een waterbodem integraal (op niveau van bekkens en deelbekkens) aan te pakken

Dat alles gebeurt in afstemming met het Decreet Integraal Waterbeleid. Niet alleen de verontreiniging van de bodem van waterlopen, maar ook die van vijvers, kan worden geregeld via de bepalingen uit het Bodemdecreet.
 
Welke onderzoeken en saneringen zijn prioritair?

In de regeling over waterbodems wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe en historische bodemverontreiniging. Bij waterbodems moet worden gesaneerd als er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Het saneringsdoel is risicogebaseerde sanering.

Vermits het niet mogelijk is alle waterlopen direct te saneren, worden prioriteiten bepaald en de meest urgente waterbodems eerst aangepakt.

De bodemsanering ter hoogte van de waterbodem heeft niet alleen betrekking op de waterbodem zelf maar ook op alle gronden die verontreinigd zijn door de verspreiding van de verontreiniging vanuit waterbodem of oppervlaktewater.

 
Wanneer is saneren verplicht?

Er zijn verschillende wijzen waarop waterbodemverontreiniging aan het licht kan komen.

Wanneer de waterbodem is onderzocht is in een waterbodemonderzoek volgens hoofdstuk 12 van het Bodemdecreet, dan ontstaat de saneringsplicht pas nadat de Vlaamse Regering de waterloop heeft aangewezen als prioritair te saneren. De bepalingen in verband met de vrijstelling van saneringsplicht bij historische bodemverontreiniging zijn hier eveneens van toepassing. De saneringsplichtige kan de kosten verhalen op de aansprakelijke voor de bodemverontreiniging overeenkomstig de klassieke aansprakelijkheidsregels.

Wanneer waterbodemverontreiniging in kaart wordt gebracht naar aanleiding van een verontreiniging die vanuit een ‘landbodem’ is ontstaan, dan wordt de saneringsplicht vastgelegd volgens hoofdstuk 3 van het Bodemdecreet. Dit gebeurt wanneer in het kader van bodemonderzoeken ook waterbodemverontreiniging wordt vastgesteld bijvoorbeeld ten gevolge van lozingen. Deze verontreinigingen worden onderzocht in bodemonderzoeken gerelateerd aan de exploitatie die de waterbodemverontreiniging heeft veroorzaakt of naar aanleiding van andere vaststellingen.

Zo kan bijvoorbeeld in kader van een periodiek oriënterend bodemonderzoek door een exploitant op een grond met een onderzoeksplichtige risico-inrichting gelegen langs een waterloop tot uiting komen dat de waterbodem verontreinigd is ingevolge de activiteiten van het bedrijf. De grond waar de emissie is gebeurd die aanleiding heeft gegeven tot verontreiniging van de waterbodem, is de grond waar de bodemverontreiniging tot stand gekomen is in de zin van artikel 2, 11° van het Bodemdecreet. De verontreinigde waterbodem is in dat geval de grond waar de verontreinigende stoffen zich hebben verspreid. Overeenkomstig de algemene onderzoeks- en plichtregeling van het Bodemdecreet is de exploitant van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand gekomen is de saneringsplichtige persoon en kan hij in het kader van het beschrijvend bodemonderzoek voor de afperking van de verontreiniging verplicht worden ook de verontreiniging van de waterbodem ingevolge de emissie vanuit zijn bronperceel in kaart te brengen. Als uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt dat het saneringscriterium overschreden is, zal in het kader van de bodemsanering van de verontreinigde gronden op grond van de algemene saneringsplichtregeling (artikel 9-11 of artikel 19-22 Bodemdecreet) ook de aan het bronperceel toe te schrijven verontreiniging van de waterbodem aangepakt moeten worden door de saneringsplichtige exploitant. Het feit dat in het Bodemdecreet een specifieke regeling is opgenomen over waterbodem doet hier geen afbreuk aan.
 
Wat zijn stroomgebiedbeheerplannen?

OVAM krijgt middelen vanuit het budget voorzien voor de stroomgebiedsbeheersplannen

PROJECTEN

In samenwerking met de VMM en alle waterloopbeheerders binnen de coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) heeft de OVAM in 2009 een lijst van vijftien prioritair te onderzoeken waterlopen (bronbeken) opgesteld.
 
Uit deze lijst en andere verontreinigde waterlopen werden een aantal pilootprojecten geselecteerd voor waterbodemonderzoek. De pilootwaterbodemonderzoeken hebben als doel om praktijkervaring op te doen die kan worden samengebracht in een standaardprocedure voor waterbodemonderzoek.
 
Uiteraard wordt tegelijkertijd de verontreinigingssituatie (deels) in kaart gebracht en wordt de ernst van de verontreiniging beoordeeld.
 
Voorbeelden van deze pilootprojecten zijn het Zijdelings Vaartje West, Eeklo's Leiken, Molse Nete, Tangebeek en Valkelarebeek.

Grote Nete

Op dit moment loopt er een bodemonderzoek ter hoogte van de Grote Nete tussen Geel en Lier.

Doel van het onderzoek

Dit bodemonderzoek heeft tot doel het identificeren en karakteriseren van de verontreiniging van de waterbodem en de oevers van de Grote Nete. De OVAM onderzoekt hierbij het chemische aspect; het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) onderzoekt het radiologische aspect. Het onderzoek zal eind dit jaar afgerond zijn.

Aanleiding voor het onderzoek

In 2002/2003 toonde een studie verhoogde radiumconcentraties aan langs de Grote Nete en Nete nabij Lier. Het ging om zones die slecht toegankelijk en niet bebouwd waren, waardoor het risico op blootstelling aan deze verontreiniging voor de bevolking verwaarloosbaar was en er geen bijkomende acties werden ondernomen.

De aanwezigheid van radium in de Grote Nete is echter terug actueel, naar aanleiding van de ontwikkeling van het Sigmaplan en de daaraan verbonden werken.

In het kader van het milieu-hygiënisch onderzoek voor delen van het Sigmaplan, werden bovendien ook sterk verhoogde concentraties aan zware metalen teruggevonden op dezelfde percelen. Daarom nam het FANC contact op met de OVAM.

Het FANC en de OVAM identificeerden verschillende zones binnen het mondingsgebied van de Grote Nete waar verder verkennend bodemonderzoek op korte termijn was aangewezen. Uit dit bijkomend onderzoek blijkt dat er ook kunstmatige radioactieve stoffen aanwezig zijn, weliswaar in veel lagere concentraties.

De verontreiniging met radium en zware metalen is vergelijkbaar aan deze langs de Grote Laak, en ligt dus vermoedelijk in het verlengde van de reeds gekende verontreiniging aldaar. 

Er zijn verschillende lozers stroomopwaarts van het onderzochte studiegebied. In een uitgebreider, beschrijvend onderzoek in opdracht van de OVAM en in samenwerking met het FANC zal dit nader onderzocht worden.

De aanwezigheid van de kunstmatige radionucliden is vermoedelijk te verklaren door de aanvoer via de Molse Nete, waar dezelfde nucliden terug te vinden zijn op de oevers en in de bedding, zij het wel in significant hogere concentraties.

Deze nieuw gevonden besmetting dateert in elk geval van voor eind jaren ’70, wanneer de dijken zijn geplaatst langs de Grote Nete. Besmette sedimentpartikels die niet werden afgezet in Grote Laak en Molse Nete konden zich waarschijnlijk enkel afzetten bij lage snelheden, en dus bij stagnatie bij overstroming verder stroomafwaarts op de Grote Nete. Dit kan verklaren waarom er zelfs tientallen kilometers stroomafwaarts significante verontreiniging teruggevonden wordt.

Wat is de huidige stand van zaken?

Het veldwerk is in uitvoering. Na de afronding van het bodemonderzoek zal ten gepaste tijde gecommuniceerd worden.

Heeft u ondertussen al vragen? Stel deze gerust via waterbodem@ovam.be met vermelding 'Grote Nete'.

Grote Laak

De Grote Laak is een onbevaarbare waterloop die ontspringt in Leopoldsburg en stroomt met een totale lengte van 29,7 km door de gemeenten Ham, Tessenderlo en Laakdal om daar uit te monden in de Grote Nete.

Het traject waarvoor bodemonderzoeken zijn uitgevoerd, bedraagt 19 km, namelijk vanaf de lozingspunten van Tessenderlo Chemie tot aan de monding in de Grote Nete.
 
Doel van het onderzoek

Een belangrijke uitdaging in het beschrijvend bodemonderzoek is de afbakening van de verontreiniging, zowel in horizontale als in verticale richting.

Aanleiding voor het onderzoek

Het onderzochte gedeelte van de Grote Laak is voornamelijk verontreinigd met zware metalen en chloriden. Oorzaak van de verontreiniging is de slechte waterkwaliteit van de Grote Laak, voornamelijk ten gevolge van lozingen. Zowel lozingen van industrie, landbouw als huishoudens komen in de Grote Laak terecht, maar de belangrijkste zijn deze van de vestigingen van Tessenderlo Chemie te Tessenderlo en te Ham.

Tot aan de jaren '90 werd de Grote Laak zwaar belast  door lozing van zware metalen en chloriden. Sedert die periode werd zowel het debiet van de lozing als de belasting door zware metalen en chloriden sterk teruggedrongen.
 
Ter hoogte van deze waterloop werd een oriënterend bodemonderzoek en een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd.
 

Voor een dergelijk uitgestrekt gebied (ca. 150 ha waarvan een aanzienlijk deel in lange smalle oeverstroken) werden de gebruikelijke afbakeningstechnieken, die voornamelijk steunen op staalnames en laboratoriumanalyses, niet haalbaar geacht.

Voor de afbakening van zware metalen in de bodem in de overstromingsgebieden werd daarom gebruik gemaakt van een bijzonder techniek: dosistempometingen. Deze innovatieve methode kon toegepast worden omdat het lozingswater in het verleden in hoofdzaak cadmium en arseen bevatte, maar daarnaast ook in mindere mate andere metalen, waaronder radium.

De aanwezigheid van radium zorgt voor een lichte verhoging van de radiatie ten opzichte van de achtergrondradiatie.

Wat is de stand van zaken?

De conclusie van deze bodemonderzoeken is dat er een saneringsnoodzaak  voor de zware metalen en de chloriden. De bodemsaneringswerken zullen voorzien worden van 2021 tot 2025, waarbij er vooraf een bodemsaneringsproject wordt opgesteld.
 
Voorafgaand aan de eigenlijke bodemsaneringswerken, zal de VMM op vraag van de gemeente Laakdal al een ruiming uitvoeren op twee deeltrajecten ter hoogte van de Grote Laak. Dit gebeurt om te vermijden dat er opnieuw verontreinigd slib op landbouwpercelen terecht komt bij recente overstromingen.
 

Molse Nete

De Molse Nete is een onbevaarbare waterloop die ontspringt in Lommel en die uitmondt in de Grote Nete ten zuiden van Geel. In  2012 is er in opdracht van de OVAM een waterbodemonderzoek uitgevoerd ter hoogte van het 2e en 3e categorie-gedeelte van deze waterloop. Het 1e categorie-gedeelte dient nog onderzocht te worden, gelet op de mogelijke impact vanuit de Scheppelijke Nete en het lozingspunt van Belgoprocess.
 
Het deel van 3e categorie wordt beheerd door de gemeente Lommel en het deel van 2e categorie door de provincie Antwerpen.

De Molse Nete 2e categorie begint aan de provinciegrens Limburg-Antwerpen en eindigt bij de samenvloeiing van de Molse Nete met de Scheppelijke Nete ter hoogte van de straat Bresserdijk in Mol. Dit deel loopt over het grondgebied van de gemeente Balen (provincie Antwerpen) en deels ook van de gemeente Mol.

De Molse Nete loopt onder 2 kanalen door, namelijk het Kanaal naar Beverlo en het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen. De passage onder de kanalen gebeurt via duikers.

De diepte van de Molse Nete over het onderzoekstraject varieert van 0,1 tot 1,1 m vanaf het wateroppervlak.

De breedte van de waterloop situeert zich tussen 0,7 en 5 m.

Het onderzoekstraject bedroeg ongeveer 14,89 km (waarvan 1,04 km droogstaand) lang. Het verval over het traject is dus circa 25 m (1,7 m/km).
 
Doel van het onderzoek

De Molse Nete 3e categorie is duidelijk door menselijk ingrijpen rechtgetrokken.

Hier treft men ook regelmatig oeverwallen aan. Deze oeverwallen zijn zeer waarschijnlijk veroorzaakt door bagger- en ruimingswerken waarbij het slib op de oevers geplaatst werd. 

Uit mondelinge informatie van de gemeente Lommel blijkt dat de Molse Nete 3e categorie de laatste 6 jaar niet meer geruimd is.

Vroeger werd het ruimingsslib standaard op de oever gelegd. Momenteel worden de oevers enkel regelmatig gemaaid.

De eerste 4,5 km van de Molse Nete 2de categorie loopt door woonwijken en is duidelijk rechtgetrokken. Er zijn hier ook talloze bruggetjes aangelegd over de rivier. Er zijn sporen van oeverwallen op dit deel van het traject. In de recente woonwijken is het niet uit te sluiten dat voormalige oeverwallen genivelleerd, en dus uitgespreid, zijn op het niveau van de tuin.

Het laatste deel van de Molse Nete 2e categorie meandert sterk. Het loopt door bosrijk en moerassig gebied. Hier zijn weinig indicaties van oeverwallen. Uit informatie verkregen van de provincie Antwerpen blijkt dat de baggerpraktijken in het verleden de volgende waren tot begin jaren ‘90: de rivieren werden één à tweejaarlijks geruimd, de baggerspecie met oeverbegroeiing werd op de oevers achter gelaten.

Omwille van haar natuurwaarde wordt de Molse Nete 2e categorie momenteel niet meer geruimd.
 
Aanleiding voor het onderzoek

Het onderzochte gedeelte van de Molse Nete is voornamelijk verontreinigd met zware metalen.

●    Deze verontreiniging is zeer waarschijnlijk veroorzaakt door lozingen van onder andere Emgo-Philips, de PRB-site en Umicore (voormalige Union Minière en daarvoor nog Vieille Montagne).

●    De regio is ook gekend omwille van het gebruik van zinkassen voor het aanleggen van wegen en opritten van woningen. Zo is het paadje op de grens Lommel-Balen langs de Molse Nete verhard met zinkassen.

●    Bovendien zijn er stortplaatsen van de glasindustrie aanwezig.
 
Tijdens het waterbodemonderzoek ter hoogte van het 2e en 3e categorie-deel van de Molse Nete, werd er uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd. Hierin werd alle relevante info over de waterloop, zoals (voormalige) lozingspunten, reeds bekende verontreinigingen, menselijke ingrepen en aanwezigheid van industrie geïnventariseerd.

Wat is de stand van zaken?

Dit waterbodemonderzoek leidde tot voorwaardelijke en niet volledige conclusies voor het traject Molse Nete 3de en 2de categorie, aangezien er nog bijkomende onderzoeksverrichtingen noodzakelijk zijn.

KENNISDELING IN EUROPA

SEDNET

SedNet is a European network aimed at incorporating sediment issues and knowledge into European strategies to support the achievement of a good environmental status and to develop new tools for sediment management.
Our focus is on all sediment quality and quantity issues on a river basin scale, ranging from freshwater to estuarine and marine sediments.
SedNet brings together experts from science, administration and industry. It interacts with the various networks in Europe that operate at a national or international level or that focus on specific fields (such as science, policy making, sediment management, industry, education).


Link : https://sednet.org/