2 kinderen voederen een kip

Bestemmingsmogelijkheden voor dode gezelschapsdieren

De Europese Verordening (EG) Nr. 1069/2009 deelt dierlijk afval in drie categorieën in: categorie 1, 2 en 3. Dode gezelschapsdieren worden volgens deze verordening onder categorie 1-materiaal geklasseerd. Enkel erkende ophalers mogen categorie 1- materiaal vervoeren, tenzij in uitzonderlijke gevallen zoals weergegeven in punt 2.1. De verwerking van dit materiaal kan enkel in een vergund en erkend verwerkingsbedrijf. De toezichthoudende overheid laat ook andere bestemmingsmogelijkheden toe voor het verwijderen van dode gezelschapsdieren.

1 Gezelschapsdier of landbouwdier

Gezelschapsdieren zijn dieren die de mens in of rond het huis houdt en die worden verzorgd tot zijn eigen genoegen. Tot deze categorie behoren onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièrevogels, duiven en vissen. Konijnen, kalkoenen, kippen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten van particulieren zijn dat ook indien er geen commerciële opbrengst, zoals de productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden, aan verbonden is.

Runderen, schapen, (dwerg)geiten, varkens, hangbuikzwijnen en eenhoevigen, zijn landbouwdieren en geen gezelschapsdieren.

2 Verschillende bestemmingsmogelijkheden voor particulieren

2.1 Erkende ophaler

Erkende ophalers zorgen voor het vervoer. Weegt het gezelschapsdier meer dan 10 kilogram of gaat het wettelijk gezien om een landbouwdier, dan moet het dier naar een erkende verwerker worden afgevoerd. Dit kan via een erkend ophaler of geregistreerd vervoerder. Een particulier kan zijn gezelschapsdier wel zelf naar een dierencrematorium, -begraafplaats of vergunde inzamelplaats (bijv. containerpark) vervoeren.

Adressen van erkende ophalers van dode gezelschapsdieren kunt u vinden in de lijst ophalers van gezelschapsdieren.

2.2 Centrale inzamelplaats

In Vlaanderen bestaan enkele centrale inzamelplaatsen waar de particulier terecht kan met zijn dode gezelschapsdieren. Dit is vooral interessant voor mensen die in de stad wonen. Een mogelijkheid om zo'n centrale inzamelplaats in te richten is het containerpark. U vindt de lijst van containerparken die erkend zijn voor de tijdelijke opslag van dierlijk afval in de lijst "bedrijven voor de opslag en hantering van dierlijke bijproducten". Een centrale inzamelplaats is enkel bestemd voor particulieren en bepaalde openbare instanties (zoals politie, brandweer, ...). Dierenartsen kunnen eveneens dode gezelschapsdieren aanleveren op het containerpark indien deze dienst voor hen betalend is.

2.3 Dierencrematorium

In Vlaanderen is een beperkt aantal crematoria vergund voor het verbranden en eventueel tijdelijk opslaan van dode gezelschapsdieren (lijst van Vlaamse dierencrematoria). Dierencrematoria moeten vergund en erkend zijn voor de exploitatie en indien ze zelf gezelschapsdieren ophalen over een erkenning voor het ophalen van dierlijk afval.

2.4 Begraven in de tuin

Een gemeentelijk politiereglement kan begraven in eigen tuin verbieden.

  • Alleen gezelschapsdieren die niet gestorven zijn aan een op mens, of dier overdraagbare ziekte mogen worden begraven. De gemeente kan een attest afgeleverd door een dierenarts vragen vooraleer toestemming te geven tot begraven.
  • Begraven mag alleen in een zanderige grond. In een klei- of leemachtige grond vindt onvoldoende ontbinding plaats.
  • Het dier moet in een put begraven worden van minstens een halve meter diep. Dit voorkomt dat andere dieren het beginnen op te graven. Het dier moet wel boven het grondwaterniveau liggen.
  • Er mogen geen plastic zakken of andere slecht afbreekbare verpakkingen mee de grond in. De dode dieren mogen enkel verpakt worden in biologisch afbreekbare materialen. Er mogen enkel huisdieren worden begraven, geen landbouwdieren. Gezelschapsdieren van meer dan 10 kg mogen niet begraven worden.

2.5 Dierenarts en dierenasiel

Sterft een gezelschapsdier bij een dierenarts of diende die een spuitje toe, dan kan het daar ook opgeslagen worden. De dierenarts zorgt dan voor het contacteren van een erkend ophaler. Voor opslag van dieren van derden heeft de dierenarts een milieuvergunning nodig voor onder andere opslag van dierlijk afval (VLAREM rubriek 2.1.1.). Dierenasielen mogen enkel dode dieren aannemen indien ze over een vergunning beschikken voor de opslag van dierlijk afval.

3 Brochure

De OVAM heeft voor de particulieren een brochure met de titel: "Je gezelschapsdier overleden... Wat nu?" uitgewerkt.

Terug naar overzichtspagina